In memoriam Francine Baeyens

(1934-2013)

 

Herman Van Isterdael

 

Op 27 september 2013 is Francine Baeyens, echtgenote van bestuurslid van het eerste uur Jozef Van der Speeten ten grave gedragen.

Jozef en Francine vormden een ongelooflijk team. Zij was de vrouw die pal achter Jozef stond. Ongeacht de initiatieven waar Jozef zijn schouders onder zette of de hand aan de ploeg sloeg, Francine was er en stond hem bij.

Ik erken bij deze de betekenis en de grote verdiensten van Francine voor de Heemkring van Okegem en wil haar hiervoor nogmaals danken en huldigen. Francine stond nooit op de lijst van de bestuursleden, niettemin is haar steun en inzet van cruciaal belang geweest voor de groei en bloei van onze vereniging.

Jozef ging met pensioen en scherpte dagelijks zijn potlood om de plaatselijke geschiedenis in leesbare artikels te verwerken. Francine stond achter hem en steunde hem volop in zijn streven. Ik vermoed dat ze zelf mee gegevens verzamelde, pistes aanbracht over wie en wat iemand zou kunnen weten, en meeleefde met het wel en wee zoals het uit de koker van Jozef op papier werd gezet.

Tien à vijftien jaren, om de drie à vier maanden, werd het tijdschrift van de Heemkring ten huize van Jozef en Francine samengeraapt. Ze beschikten over een grote tafel waarop de gestencilde bladen van het tijdschrift lagen uitgestald. Met een vloek en een zucht stapten we rondjes rond de tafel, blad na blad grijpend, om de nummers samen te rapen tot ongeveer 200 boekjes. We sloegen er dan een paar nietjes in en het tijdschrift kon worden rondgedragen. Tot de volgende aflevering… We deden alles zelf: van schrijven, samenrapen, … tot ronddragen. Met een enorm enthousiasme, overtuigd zoals we waren van het nut van onze bezigheden voor de Okegemnaars.

Francine was een grote stimulans en als het al eens minder ging, wist ze steeds de woorden te vinden om zeker niet op te geven, om toch door te gaan.

Al was ze geen bestuurslid, ze presteerde meer dan bestuursleden. Op alle activiteiten was ze present en hielp mee om alles in goede banen te leiden. Werken was haar niet vreemd. Ze stond niet in het middelpunt van de belangstelling maar aan de zijlijn bij de werkers. Ze verheugde zich met ons als het goed ging. Dat tekende haar helemaal, zich dienstbaar maken zonder opgeven.

Een spreuk aan de muur van mijn grootouders herinnert me hoe Francine in het leven stond voor haar familie en omgeving:

Daar alleen kan liefde leven, daar alleen is ’t leven zoet

Waar men stil en ongedwongen, alles voor elkander doet.

Dit was haar op het lijf geschreven. Sommige mensen leven om anderen gelukkig te maken. Ze geven zonder rekenen of wederdienst te verwachten. Francine was een goed mens, ze kon zich immers erover verheugen dat het andere mensen goed ging.