Aanstelling van Cyriel De Dier als burgemeester te Okegem in 1934

Herman Brantegem

Cyriel De Dier bij zijn aanstelling tot burgemeester in 1947 (?)

(foto: http://jacquelinedd.files.wordpress.com)

 

Cyriel De Dier was een gekend figuur in Okegem. Niet alleen behoorde hij als koordenfabrikant tot de weinige ondernemers van het dorp, maar hij raakte vooral bekend door zijn rol in de gemeentelijke politiek te Okegem. Bij de verkiezingen in 1926 stond hij op de lijst van de Katholieke Partij en behaalde 23 van de 137 voorkeurstemmen die de partij haalde. Hij werd lid van de gemeenteraad die samengesteld was uit vijf Katholieken en vier Christen Democraten.

Bij de verkiezingen van 1932 haalde hij 141 voorkeurstemmen en werd terug gemeenteraadslid. Door het plotseling overlijden van burgemeester Gustaaf De Vos in 1934 werd hij aangesteld als burgemeester te Okegem.

In het weekblad De Volksstem verscheen op 5 april 1934 een artikel dat een beeld geeft van de gebeurtenissen bij zijn aanstelling als burgemeester te Okegem:

 

‘De nieuwe burgemeester te Okegem.

Maandag, heeft men te Okegem de plechtige intrede gevierd van de burgemeester, in de persoon van de heer De Dier. Alhoewel het dorpje niet al te groot is, hadden de bewoners met verenigde krachten gewerkt, om hun beminde burgemeester op plechtige wijze te ontvangen. De bondkleurige guirlanden waren van huis tot huis aangebracht en overal wapperde de driekleurige vlag. In de Kattestraat zou men de burgervader tegemoet gaan. Daar was er een ark opgetimmerd met een hartelijke welkomrede. Verder was de straat ook prachtig versierd. Wanneer de burgemeester in aantocht was, kende het gejubel en hoerageroep geen grenzen meer, wat ons de overtuiging deed krijgen dat de heer De Dier in Okegem alom gekend en geacht moet wezen. Daar stelde de stoet zich in beweging. Voorop de wielrijders, allen feestelijk uitgedost. Verder de muziekmaatschappij der gemeente, onmiddellijk gevolgd door de heer burgemeester en de andere gemeenteoverheden. Nu kwamen de schoolkinderen zowel jongens als meisjes aan de beurt en allen waren fier als pauwen, omdat ze de burgervader mochten vergezellen naar het gemeentehuis. Op de plaats waar het gemeentehuis is gevestigd, was er een verhoog aangebracht. Stel u in het bezit van dit huis en laat hierin nu vrede en recht heersen. Nadat men hem een welgekozen rede had toegezegd, sprak deze laatste een woordje van dank tot de talrijke menigte. Gans de dag duurde de feestelijke stemming. Laat in de avond werd er een prachtig vuurwerk op touw gezet.

Onze beste wensen aan de heer De Dier bij zijn aanstelling en we zijn er van overtuigd dat hij alles in het werk zal stellen tot de bloei en tot het welzijn van al diegenen die hun hoop op hem hebben gesteld.’ (De Volksstem, 5 april 1934)