Hof te Hazeleer beschermd als monument

 

Patrick Praet

Tot dit jaar telde Okegem twee beschermde monumenten: de Onze-Lieve-Vrouwkerk (maar enkel het doksaal, portaal en orgel) en het station (met wachthuisje). Het erkenningsdossier van het Hof te Hazeleer stond al enkele jaren op de wachtlijst, maar nu is ook de bescherming van dit fraaie boerenhof in de Hazeleerstraat een feit. De officiële klassering betreft het ‘Hof te Hazeleer met inbegrip van de gekasseide binnenplaats en achtertuin met tuinmuur’. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest motiveerde haar beslissing tot bescherming als volgt:[1]

Het historische hof te Hazeleer gaat in oorsprong terug op een vooraanstaande pachthoeve die afhing van de invloedrijke premonstratenzerabdij Sint-Cornelius en Sint-Cyprianus van de stad Ninove. Deze abdijhoeve werd in het tweede kwart van de 15de eeuw in de Dendervallei te Okegem opgericht. In het derde kwart van de 18de eeuw werd de pachthoeve grotendeels herbouwd, bouwcampagne waarnaar het jaartal 1765 refereert voorkomend in de zandstenen boog van een staldeur. Een tweede stalvleugel, aan de straat, werd in 1850 vervangen. (…)

Als één van de overblijvende grote abdijhoeves in de regio is het Hof te Hazeleer cultuurhistorisch een representatief materieel relict voor de verdwenen Ninoofse premonstratenzerabdij (1137-1796). Bovendien getuigt de vroegere pachthoeve van de eeuwenlange landbouweconomische organisatie en impact van de abdij tijdens het Ancien Régime.

Het architectuurhistorische belang van de hoeve ligt in zijn typologische grote herkenbaarheid en representativiteit. Dit komt in eerste instantie tot uiting in de aanleg van het overwegend bakstenen gebouwenensemble in een U-vormige formatie met gesloten karakter, in aansluiting met de karakteristieke grote vierkanthoeves van Zuid-Oost-Vlaanderen en Brabant. Typerend voor de hoevebouw zijn de langgerekte volumes van één bouwlaag onder pannen zadeldaken. Ook de overige bouwkenmerken getuigen van een traditionele agrarische bouwvorm en zijn voornamelijk sterk vertegenwoordigd in de imposante hoofdgevel gevormd door de voorname woning met stal. Het boerenhuis vertoont een typische ordonnantie met per twee gegroepeerde hoge vensters naast een lage voordeur, de laatste omlijst met hardsteen. Zandsteen is aangewend rondom de keldervensters en de staldeur. Een specifiek kenmerk voor de landelijke regionale woningbouw is het gebruik van gesinterde bakstenen omlijstingen ter accentuering van de vensters. Ook de brede dakoverstek op decoratief uitgesneden daklijstbalkjes is een authentiek aspect van dit zeldzaam wordend type 18de-eeuwse woning.

Bepaalde interieurhistorische aspecten zoals de oorspronkelijke indeling met ruime, gewelfde kelders, grote voorkamers en kleinere achterkamers waaronder een opkamer, zijn eigen aan het Vlaamse grote boerenhuistype van de 18de eeuw. Uit die tijd stammen ook nog de authentieke rode vierkante vloertegels in een paar kamers, de samengestelde balkenlaag met roostering ter hoogte van de vroegere haarden en het zoldergebinte. Jongere elementen zoals pleisterwerk van sommige plafonds, keramische tegelvloeren en tegellambrisering getuigen van de evolutie van de wooncultuur binnenshuis.

De koestal aansluitend bij het boerenhuis bezit nog een ijzeren aalpomp die aan de stalfunctie gekoppeld was. Beide tegenover elkaar liggende stallen met zolderverdieping zijn representatief als typisch landelijke bedrijfsarchitectuur. Binnenin bewaren ze nog originele samengestelde balkenlagen naast karakteristieke bakstenen troggewelven. De vleugel aan de straat van 1850 vertoont steunberen, lisenen en aan weerszij een merkwaardig boogveld met vlieggaten. Een typisch hoge hoevepoort markeert de toegang van het boerenerf. De ruime vierkante binnenplaats is grotendeels op traditionele wijze verhard met kasseien waarvan al melding eind 18de eeuw.

Godelieve Van der Speeten (82), wiens familie al enkele generaties de boerderij bewoont, mag terecht trots zijn op haar historische woonst. Landbouwactiviteit moet men er vandaag niet meer zoeken, maar de woning, binnenkoer, stallen en schuren geven nog steeds een goed beeld van boerenleven dat er de voorbije eeuwen plaatsvond.

(C) JOHAN ALLARD

 

[1] De auteur van het verslag is Martine Pieterarens. Haar verslag is terug te vinden op https://beschermingen.onroerenderfgoed.be

Zie ook:

Eeuwenoude vierkantshoeve beschermd als monument (www.nieuwsblad.be, 21 november 2013).

H. VAN ISTERDAEL. Historiek van het Hof te Hazeleer. In Mededelingen Heemkring Okegem, 3, 1978, p. 72-139.

Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Gesloten hoeve Hof te Hazeleer, Inventaris Onroerend Erfgoed