De laatste jaren wordt er heel wat moeite gedaan om archiefstukken ook online ter beschikking te stellen. Vooral de periodieken worden voor het nageslacht bewaard en aan het grote publiek ter beschikking gesteld door de publicatie op internet. Via http://aalst.courant.nu/ kan u nu een grote collectie kranten uit de regio doorzoeken en raadplegen. Het oudste stuk dateert van 1836, het meest recente van 1992. In totaal zijn er meer dan 100 verschillende krantentitels en 128.000 krantenpagina’s doorzoekbaar. Bij wijze van smaakmaker geven we hier enkele willekeurige maar smaakmakende artikels uit Okegem van tussen de twee wereldoorlogen. 


Geheimzinnige zaak te Okegem 

  

Een 18 jarig meisje vermoord

Zondag in den valavond, verliet de 18 jarige Maria Deman, wier ouders herberg houden te Huysseghem, hare woning, om haren verloofde, Adolf Dauw, van Meerbeke, een eindje uitgeleide te doen.

Daar zij na een half uur zooals gewoonlijk niet thuis was en het donker werd, ging hare moeder haar te gemoet, doch zonder gevolg. Alleen vernam zij van personen die zij ontmoetten, dat deze hulpgeroep en een revolverschot gehoord hadden.

Vol onrust begaf de moeder zich naar Meerbeke, naar de woning van Dauw. Deze sliep. Samen met zijn vader en vrouw Deman begaf hij zich naar de plaats waar hij van Maria gescheiden was.

Intusschen vernam men, dat een zakdoek en een revolver gevonden waren te Okegem nabij den Dender. De zakdoek werd herkend als toebehoorende aan Maria Deman. De gendarmen werden verwittigd en na korte opzoekingen in den Dender werd het lijk van het meisje opgehaald. Zij was door een revolverschot in het hoofd getroffen en daarna in het water geworpen geworden. Adolf Dauw werd voorloopig in hechtenis genomen in afwachting der komst van het parket. Men vermoedt echter dat de moordenaar een kerel moet zijn, die door het slachtoffer afgewezen werd.

(De Volksstem op 14 juli 1920)

 

 

 

 

 

 

 


 Assisenhof van Oost-Vlaanderen

Woensdag moest verschijnen Albert Bourgeois, daglooner, geboren te Okegem den 2 juli 1893, zoon van Karel-Lodewijk en van Van Vaerenbergh Marie-Christine, gehuisvest te Okegem, thans zonder gekende verblijfplaats in België.

In den nacht van zaterdag op zondag 26,27 december 1914 rond 1 ure, werd de 77 jarige Anna Van den Eeckhout, weduwe August De Somer, die te Erpe woonde, nabij het dorp, met hare dochter Rosalie De Somer gewekt door het aanhoudend geblaf van den hond. Zij stond op en ging naar de voorplaats van het huis, welke de keuken is, om te zien wat er gaande was. Daar gekomen, bestatigde ze dat vier of vijf vreemde manspersonen een venster der keuken opengebroken hadden en langs daar in huis binnengekomen waren. De dochter Rosalie De Somer was intussentijd door het gerucht wakker geworden en hoorende wat er in de keuken plaats greep, sprong zij uit haar bed, trok de buitenvenster open en begon om hulp te roepen. Daarop werd het meisje mishandeld en in bedwang gehouden, terwijl de andere booswichten de plaatsen van de woning doorzochten om hun misdadig werk te verrichten. Zij ontvreemden twee tot drieduizend frank in geld; ook namen zij klederen, lijnwaad, zilverwerk en andere voorwerpen mede.

Eenige dagen nadat deze feiten hadden plaats gehad, werden de weduwe De Somer op het krijgsgerecht te Aalst geroepen, alwaar er verscheidene personen door de Duitse politie waren aangehouden geweest voor verschillende misdrijven in de streek gepleegd. Onder deze laatsten bevond zich de beschuldigde, Albert Bourgeois, als dan wonende te Okegem. Hij werd in tegenwoordigheid gesteld van de twee slachtoffers en op stelligste wijze herkend. Al de opzoekingen gedaan om den beschuldigde te ontdekken en aan te houden zijn tot hier toe vruchteloos gebleven. In het jaar 1919 is hij naar Frankrijk vertrokken. Albert Bourgeois is veroordeelt tot twintig jaar dwangarbeid.

(De Volksstem op 8 juni 1923)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Albertus Bourgeois werd geboren te Okegem op 2/7/1889 als tweede zoon van Karel en Maria Van Vaerenberg wonende in de Kouterbaan. Zijn zaak werd terug opgeroepen in 1926 voor het Assisenhof nadat men zijn verblijfplaats in Frankrijk ontdekt had en men hem uitgeleverd had. Hij werd er veroordeeld tot 17 jaar dwangarbeid