DUBBEL JUBILEUM PASTOOR ALFONS CALLEBAUT

door Chris Van der Perre

 

Okegem viert graag en goed, dat is geweten. Op zondag 6 juli laatstleden hadden we alweer een “lijdend voorwerp” en twee redenen: E. H. Alfons Callebaut werd veertig jaar geleden tot priester gewijd – en hij is al 20 jaar pastoor van Okegem. Daar zouden we “nog ne keer voor buitenkomen”.

Kerk- en parochieraad speelden organiserend comité. Een feestvoormiddag in elkaar steken was niet zo moeilijk, dachten we. “Wè verzergen d’oeëmes en achteraf es ter een goei ressepse.” Maar daar kwam wel een en ander bij kijken.

De familie van de pastoor, alle Okegemnaars, de kerk- en de parochieraad van Lebeke, enkele Melle- en een paar Gentenaars, het stadsbestuur van Groot-Ninove, de firma’s die aan de restauratie van de kerk hadden meegewerkt, studiegenoten en vrienden: ze werden allemaal persoonlijk uitgenodigd voor de festiviteiten van voornoemde dag.

De weergoden waren ons genadig, die zondagmorgen. De halfnegen-feestklokken konden ver worden gehoord. De lange pauselijke vlag boven het Sint-Antoniusbeeld in de kerkgevel krulde bij ondeugende windvlagen wèl telkens zijn tenen, maar hij werd gezién. Mooie crèmekleurige en groene bloemversieringen op en rond het altaar verraadden uren werk van onze parochiale bloemenschiksters. Keurig verzorgde misboekjes werden vriendelijk aan iedere kerkganger uitgereikt.

Toen pastoor Callabaut met deken Bekaert van Ninove en met pater Ben, definitief terug uit Zuid-Afrika en nu monnik in Steenbrugge, plechtig langs de hoofdingang de kerk binnenstapten, was de middenbeuk goed volgelopen.

In de eucharistieviering werd dapper meegebeden en- gezongen met het parochiaal koor. De oudere aanwezigen kenden het Gregoriaans nog goed. Deken Michel Bekaert had het in zijn homilie over gisteren, vandaag en morgen, over de seminarietijd van de pastoor, over Melle en Okegem – en over het toekomstperspectief van de Kerk. Natuurlijk wenste hij de pastoor nog vele gezonde en gelukkige jaren in “de beste parochie van uren in ’t rond”. Je zag monseigneur Fulgens, oud-bisschop van Pietersburg en nu ook in België terug, van in zijn fluweelovertrokken zetel aandachtig luisteren. Pastoor Callebaut leerde hem kennen, toen hij in Zuid-Afrika pater Ben bezocht.

Vóór het slotwoord van de mis dankte dr. Stalpaert, voorzitter van de kerkraad, de pastoor. Hij schetste kort zijn voorgeschiedenis, had het dan vooral over de betekenis van het priesterschap en over leven en werken van de pastoor in Okegem. Hij tipte ook even aan zijn vaak excentrieke kledij (“Dat heb ik toch sterk beperkt, hé?”), kledij waar geen Okegemnaar meer van opkijkt, - al blijkt “de kortste short van uren in ’t rond” er voor velen toch wat over.

Een hostieschaal, een kunstboek en een zomers boeket werden dan vanwege de kerk- en de parochieraad en de koorleider aangeboden. Een neefje trok moedig met een roos naar zijn “grote peter”.

De pastoor dankte duidelijk ontroerd voor het hele gebeuren. En toen mocht er “nen bonk op gegeve wèrren”. De fanfare begeleidde de stoet van aanwezigen van de kerk naar het Buurthuis, waar Luc Van Isterdael en zijn ploeg gevarieerde hapjes hadden klaargemaakt en waar fris- en hoofdigere dranken als bij Felix Timmermans “in beken” vloeiden.

Goed dat “de lange Herman”, een Melle-vriend van de pastoor, zijn feestwoordeke bij het begin van de receptie placeerde. Dan kon het publiek nog even stil luisteren. Toen de fanfare uitnodigend ging spelen, zwierden enkele gelegenheidskoppels in de kortste keren vrolijk over de dansvloer. Gezellige babbelgroepjes taterden stillekesaan met bredere gebaren en in meer decibels

Rond 13 uur dunde het aantal vierders zichtbaar uit. Maar stevige “plakkers” vonden nog een tijdje telkens weer een reden, om toch nóg maar een glaasje achterover te slaan. “Op een feest voor een pastoor “die ze ook goe mag”, moet dat kunnen”, oreerde een intussen zwaargeladen parochiaan met dubbele tong en met opgestoken vinger.

Vanuit onze lichtbenevelde toestand hebben we hem nog gelijk gegeven ook.

 

Homilie van deken Michel Bekaert

 

40 jaar priester ...

 

40 jaar dat de Heer hem steeds blijdschap heeft geschonken.

Daarom zongen we bij het begin van deze dankviering: “Heer, laat mij voor uw altaar komen Gij die mijn blijdschap zijt ...

Bij jubileren past het dat we naar drie perioden uit het leven van onze pastoor mogen kijken: naar het verleden, naar het heden, maar ook belangrijk naar de toekomst!

 

1. Het verleden:

 

Jullie pastoor mocht opgroeien in onze streek. Zijn geboortegrond ligt dicht bij de kapel van de Koekelberg in Denderhoutem. In die omgeving mocht ook Zuster Jeannine, de overste van het klooster van Ninove opgroeien maar ook later pastoor Peter Kiekens uit Outer. Atom, En heel lief dorp dat vele priesters en religieuzen telt. In zijn jeugd sprak men er over Daens en zij hadden daar een zeer dynamische onderpastoor De Wolf. De man die in 1950 de grote zaal Hand in Hand bouwde.

Als jonge man moest hij zijn studies staken en werkte hij jaren in de post te Brussel. Daarna volgde drie jaar Kortrijk en vervolgens zes jaar seminarie in Gent. Het was toen volle concilietijd met zijn talloze hoopvolle perspectieven. Jaren van verhitte discussies en fantastische dromen.

Vele jaren werkte de pastoor als kapelaan in Melle, aan de rand van Gent, waar hij de dynamische proost was van de Chirojongens, talloze parochiebonden en de bezieler van de jazzmissen. In zijn dagelijks werk als kapelaan vond hij de vreugde om mensen steeds gelukkiger te maken en die kracht putte hij dagelijks uit zijn intens gebed tot de Heer.

 

2. Het nu:

 

20 jaar is hij de joviale pastoor in de beste parochie van uren in ’t rond. Dit heb je heel mooi kunnen lezen in het laatste parochieblad. Sedert vele jaren gaat hij hier de kudde voor met de bedoeling dat ze God zouden leren kennen. Jezus zelf heeft dit gedurende drie jaar zelf gedaan.. Hij leefde tussen de mensen en Hij heeft hen steeds gesproken over zijn Hemelse Vader. Jullie pastoor doet het hier met zijn vele gaven (cfr. Eerste lezing bij St.Paulus): hij is een veelbelezen man die ’s avonds kan genieten van de “paradijselijke stilte” in de hof van zijn mooie en liefelijke pastorie. Hij koestert aandacht voor de bewegingen en zijn kerk blijft een pareltje van ingetogenheid en biddend samenzijn vooral tijdens de weekendvieringen. In zijn wekelijkse homilie kan hij op een écht poëtische wijze de bijbelse boodschap vertolken voor de mensen van nu.

In die voorbije 20 jaar gebeurden er enorme verschuivingen in de Vlaamse kerk, ook in Okegem. Het aantal kerkgangers daalde spectaculair.. Het religieuze verdween heel sterk uit het dagelijks leven en het straatbeeld. De godsdienstige symbolen zijn op de meeste plaatsen verdwenen We merken nog zelden een Christusbeeld in de woningen van jonge gezinnen.

 

 

3. De toekomst.

 

Durven we nog kijken naar de toekomst nu we volop in een diepe crisis verblijven. En toch, Jezus bidt voor ons dat we in die wereld zouden blijven leven.

Uw pastoor zal wellicht de laatste pastoor zijn in Okegem. 14 jaar geleden was ik voor de eerste maal in het zuiden van India en voor de kerk in die parochie stond een grote plaat met er op al de namen van de pastoors van die parochie. Het begon in 1840 met steeds namen van Franse missionarissen die er werkten tot in 1968 en toen waren het allemaal namen van Indische pastoors, priesters van ter plaatse.

Mogelijks zullen hier eens buitenlandse missionarissen komen werken om ons te missioneren. Anderzijds hebben we meer dan vroeger in elke parochie enkele gelovige leken nodig die in groep de parochie zullen dragen. In een tof gezin zijn vader en moeder verantwoordelijk om hun gezin uit te bouwen. De koppels die mekaar echt liefhebben, daar zullen hun kinderen diep gelukkig zijn. Daar waar er samen wordt gewerkt in een parochie daar kan een gelovige gemeenschap echt openbloeien.

We weten dat in deze tijd nog vele mensen zoeken naar God en dat ze aanvoelen dat God hen zoekt.. cfr. Ingrid Betancourt en Pater Damiaan. Onze parochianen hebben herders nodig die hen begeleiden en helpen zoeken.

Vooral nu moeten we steeds meer bidden tot God dat Hij priesters en religieuzen zou zenden om in onze vele parochies te werken. Dit jubileum van de pastoor moet ons leren hoopvol kijken naar de toekomst.

Graag nog een hartelijke proficiat aan jullie pastoor Alfons Callebaut. Feest vieren hoort thuis in een echte familie, ook en vooral in de beste parochie van uren in ’t rond! Daarom mag en moet er vandaag in Okegem feest gevierd worden!

 

Slotwoord door Herman Stalpaert, voorzitter van de kerkfabriek

 

Een hele tijd geleden, het moet in 1952 in Lourdes geweest zijn, was er een levenslustige, jonge kerel die daar besefte dat materiële zaken niet de enige waarden in het leven waren. Hij had een stem gehoord die zegde “Kom en volg mij”. Hij gaf gehoor aan die stem, niet in roekeloze overmoed of in argeloze naïviteit, maar in het volle bewustzijn dat hij afstand zou doen van heel wat aardse zaken om andere waarden te omarmen.

Een tijd later meldde hij zich aan bij de “Late Roepingen” in Kortrijk. De volgende stap was zich aan te bieden in het Seminarie in Gent voor de opleiding tot het priesterschap.

Het was zeker geen luxeleventje in het Seminarie. Het was een periode waarin lichaam en ziel werden getraind in standvastigheid en volharding in sobere kamertjes, waar het ’s winters, o zo koud kon zijn, zoals onze feesteling het zo kleurrijk kon vertellen.

Maar de bloem van edelmoedigheid groeide en op 6 juli 1968 werd Alfons Callebaut tot priester gewijd in de kathedraal te Gent.

Zo kreeg zijn geliefde gezang “Heer, laat mij voor Uw altaar treden” een waarachtige en tegelijk sacramentele betekenis.

Eerwaarde Heer Callebaut werd aangesteld als kapelaan in Melle, waar hij al rap eenieders sympathie genoot.

In 1988 werd hij pastoor te Okegem. Voor ons, parochianen, was hij meteen de incarnatie van de nieuwe stijl van geestelijke: geen in toga voortschrijdende waardigheid, maar een levendige, vriendelijke priester, die voor iedereen toegankelijk was. We wenden ons vlug aan zijn losse hemd en jeansbroek.

Priester zijn betekent herder zijn, de veilige weg tonen aan de gelovigen. Die weg heeft pastoor Callebaut ons twintig jaar lang getoond in zijn talloze homelies. Die homelies waren rijk van inhoud. Of het nu ging over het mysterie van de Heilige Drievuldigheid, of over de profeten uit het Oud-Testament, of over het leven van Christus, zijn uiteenzettingen getuigden steeds van een grondige analyse, gebaseerd op een degelijke theologische kennis; ze gaven een duiding waardoor ze voor iedereen begrijpelijk waren.

Pastoor Callebaut was een belezen man. Daardoor waren zijn sermoenen ook een bron van cultuur en een filosofie voor zijn toehoorders. Of hij nu sprak over de betekenis van het Christendom voor de westerse beschaving, of over de tegenstelling tussen de oneindigheid van het heelal en de beperktheid van onze menselijke kennis, over de spanning tussen de moed, ja vaak de overmoed van de rede en daar tegenover de onvermijdelijkheid van het mysterie in ons bestaan, steeds werd alles met klaarheid en eenvoud uiteengezet.

Priester zijn betekent de brug vormen tussen God en de mensen. En die brug was onze pastoor zeker, vooral voor onze bejaarden en zieken. Ze keken er zo naar uit wanneer de pastoor de “hoogdag” ging brengen en achteraf waren ze gelukkig met zijn troostende woorden.

Priester zijn betekent ook de sacramenten toedienen. Dat deed pastoor Callebaut met eerbied en toewijding, o.a. in de eucharistievieringen en dopen, waarvoor men vaak, zelfs van ver buiten Okegem, naar hier kwam.

Dat hiervoor een goed verzorgd kerkgebouw belangrijk is, daarvan was onze pastoor overtuigd en daarvoor heeft hij zich onvermoeibaar ingezet. U kunt allen merken hoe mooi ons kerkje geschilderd is, dat het eerder summiere kubusvormige tabernakel vervangen is door het vroegere basiliekvormige, nadat dit laatste een grondige opknapbeurt gekregen had. Door de inzet van onze pastoor werd deze kleine kerk een stemmige plaats van bezinning en gebed, waar het goed is, als ware het maar even, te vertoeven. Ze is overigens overdag altijd open.

Het zou te veel tijd vergen om alles op de sommen waarvoor onze pastoor zich heeft ingezet in de loop van de voorbije twintig jaar. Voor dat alles bedanken we U mijnheer Pastoor. We zijn blij dat U nog steeds bij ons zijt, ook al hebt U de normale pensioenleeftijd reeds lang overschreden.

We hopen dat U hier nog vele jaren uw ambt kunt uitoefenen. Ik wil dan ook sluiten met de wens die ik hier tien jaar geleden gedaan heb: “mocht de pastoor met de witte sjaal nog lang een lichtbaken blijven voor zijn parochianen.

Ad multos annos