LIBANONCEDER WORDT KUNSTWERK IN OKEGEM

door Jozef Van der Speeten

 

Okegem kreeg op 22 juni 2008 een deel van zijn erfgoed terug. Nadat de Libanonceder in 2001 diende gerooid te worden in de voortuin van de pastorie, zijn vele jaren later kunstwerken gemaakt uit de stam. Ze werden geplaatst in de voortuin van de plaatselijke school en in de parochiekerk.

De inhuldiging van de kunstwerken werd met veel luister en grote belangstelling gevierd op zondag 22 juni 2008 met een academische zitting in de kerk. Aan pastoor Callebaut werd gevraagd de sprekers in te leiden wat hij met heel veel enthousiasme deed. Antoine Callebaut, schepen van cultuur, kwam als eerste aan de beurt. Uit zijn inleidend woord citeren we enkele markante zinnen.

Dank zij de getalenteerde en gedreven kunstenaar Bart Jacobs, een alerte dorpsgemeenschap en de kunstminnende dorpsschool, die haar beroemde eregast terug in haar midden wou, gesteund door het Ninoofs Stadsbestuur, de diensten cultuur, openbare werken en het stadsmagazijn, door alle voornoemde instanties werd samengewerkt in een vijftal coördinatievergaderingen”

Hij zei verder dat Okegem vandaag mag trots zijn op zijn ceder, die door de vaardige kunstenaarshanden van Bart Jacobs een metamorfose onderging en het dorpsgezicht verrijkt. Vervolgens kwam Wim Beeckman, directeur van de Vrije Basisschool, aan de beurt. Hij zei o.m. fier te zijn en blij het kunstwerk als creatieve wegwijzer in de voortuin van de school te hebben. De houtsculptuur geeft aan de school een heel bijzondere dimensie.Ze is als een musisch symbool van het schoollogo, een groene boom gevormd door de woorden “een toffe school”.

Dat vertaalt het christelijke opvoedingsproject van het onderwijs in de dorpsschool. Hij gaf vervolgens in verheven taal een toelichting van de mooie symboliek van wortels, stam, takken en bladeren. Hij besluit zijn redevoering met volgende treffende zin. Het is fascinerend dat dode materie, een afgeknakte boom, terug levende materie wordt. Gebroken hout, schijnbaar in verloren positie, is doorgegroeid tot een bron van inspiratie, Het krijgt opnieuw zin.

Daarna volgde een muzikaal intermezzo, dat verzorgd werd door Eerwaarde Moeder Jeaninne van de Zusters der Heilige Harten van Ninove. Intussen keken de aanwezigen met veel aandacht naar de projectie van beelden die de kunstenaar nam van het werk aan de ceder. Zeer tot onze spijt kwam de kunstenaar zelf niet aan het woord.

Tot slot van deze feestzitting las stadsdichter Willy Verhegghe een gedicht voor dat hij schreef voor deze plechtigheid.

 

LEEF CEDER, LEEF

Koning van de bomen, zo wordt hij

in Libanon genoemd, sterk en geurend,

ooit hout voor de tempel van Salomo,

met olie die de farao’s begeleidde naar

het eeuwenoude rijk der piramides.

Hier, in Okegem blijven vergeelde foto’s

en de vele gekleurde verhalen over:

hoe hij ’s winters met een jas van sneeuw

de kou trotseerde en bij zwoele zomers

schaduw bood aan mus en tortelduif.

In de kerk wordt zijn rust bewaard

- geen wind die nog in zijn naalden zingt –

maar de school schenkt hem een plaats om

met zijn houten oor stil naar het gejoel

van spelende kinderen te luisteren.

 

Aansluitend bij het academisch gedeelte volgde dan de inhuldiging van het kunstwerk in de voortuin van de school. De beeldengroep, die een paar dagen voordien was geplaatst, was overdekt met doeken die de schoolkinderen prachtig beschilderd hadden. De schepen van cultuur, de directeur van de school en enkele schoolkinderen mochten dan het doek neerlaten zodat de beelden te voorschijn kwamen. Dit moment werd prachtig ondersteund door een vrolijk deuntje van de Okegemse fanfare. Iedereen kon nu met volle teugen genieten van het kunstwerk.

Het herleidt de stam tot zijn knoestige, ontschorste essentie. Hij is dooraderd met sporen van gutsen, zagen en schijven en draagt het patina van brandplekken en natuurlijk vernis. Rechts staat de gehavende onderstam met zichtbare kwetsuren die getuigen van een rijk verleden. Links staat de energieke bovenstam met afgeknotte takken die verwijzen naar de toekomst. In de kerk staat de middenstam met de wonde waaraan de boom bezweken is. De omgeving van het beeldhouwwerk is prachtig aangelegd en het gedicht staat gebeiteld in de steen.

De inhuldiging werd besloten met een receptie, die geschonken werd door de Cultuurraad. Laat ons hopen dat het schoolpleintje opnieuw een ontmoetingsplaats wordt waardoor dit project veel meer betekent dan een beeld voor het plein.

 

VAN BOOM TOT KUNSTWERK - EEN OVERZICHT

 

Vooraf verwijzen we naar een artikel dat verscheen in Mededelingen van Heemkring Okegem in 2001 p. 109-110. Hierin meldden we dat in maart 2001 alle takken van de ceder werden afgezaagd en dat de stam met enkele stompen overeind bleef. Marie-Paule De Leeuw, ex-schepen, hield een interpellatie op de gemeenteraad van 28 maart 2001. Ze vroeg uitdrukkelijk dat met de stam de nodige initiatieven zouden genomen worden om hem als herinnering te bewaren. Ze eiste dat de stam onder welke vorm ook in Okegem moet teruggeplaatst worden.

De Libanonceder werd dan in de loop van 2001 gekapt op voorwaarde dat deze gesculpteerd wordt en opnieuw in het centrum van Okegem wordt geplaatst. De stam werd voorlopig geborgen op het domein van houthandel De Roose. Met de Academie Beeldende Kunsten werd vervolgens nagegaan of dat project door hen kon worden uitgevoerd maar dat idee werd afgevoerd wegens noodzakelijke complexe aanpak en kosten. Het Schepencollege gaf daarna de zaak in handen van de Dienst Cultuur, Afdeling Patrimonium. Diensthoofd An De Bruyne stuurde op 24 september 2001 een brief naar de directie van de Hogeschool Sint-Lukas waarin ze vraagt of de leerlingen niet geïnteresseerd zijn om van de stronk een kunstwerk te maken. De directie gaf geen antwoord op deze vraag zodat het stil bleef rond de ceder, die rustig op het domein De Roose bleef liggen. In de loop van 2006 bracht de Kunstenraad, een afdeling van de Cultuurraad, wat licht in de duisternis. In deze raad werd het werk en de werkwijze van enkele beeldhouwers gespecialiseerd in hout, besproken en werd hun advies doorgegeven aan het Schepencollege. Het College en de Kunstenraad waren voorstander om het sculpteren van de ceder als opdracht te geven aan een kunstenaar. Werken in opdracht zorgt immers voor meer betrokkenheid tussen opdrachtgever, publiek en kunstenaar dan het uitschrijven van een wedstrijd. Het bestuur was van oordeel dat de bevolking van Okegem in dit project moet betrokken worden en wou de ziel en betekenis van de oude ceder in de sculptuur behouden. Hierom was het belangrijk dat de kunstenaar samen met de inwoners en vooral de omwonenden aan het project “De Libanonceder” werkte. De kunstenaar behoudt hierbij zijn creatieve vrijheid maar zal op basis van gesprekken met inwoners over de betekenis van de boom een ontwerp maken en uitvoeren.

Het Schepencollege wou een kunstenaar aanduiden om deze opdracht uit te voeren. Het voorzag 6000 euro voor de creatieve prestatie en het kappen en bewerken van het kunstwerk. Daarnaast werd maximaal 5000 euro uitgetrokken voor de logistieke onderneming van het project als plaatsing, transport en vergoeding voor het gebruik van de externe werkplaats.

De gemeenteraad verleende in de zitting van 21 september 2006 zijn goedkeuring aan het nieuwe project Libanonceder en stemde toe dat het Schepencollege de opdracht zou gunnen via een onderhandelingsprocedure zonder een voorafgaande bekendmaking.

In de zitting van het Schepencollege van 26 oktober 2006 werd beslist de volgende drie kunstenaars aan te schrijven: Robin Uzeel (Diksmuide), Bart Jacobs (Gooik) en Willem Vermandere (Steenkerke). Ze werden gevraagd een projectvoorstel in te dienen. Vanaf dan kwam er dus schot in de zaak. Want in de zitting van het Schepencollege van 21 december 2006 werd kunstenaar Bart Jacobs gekozen voor de uitvoering van het project. Die beslissing werd genomen in samenspraak met de Kunstenraad.

In het voorjaar van 2007 werd de Libanonceder overgebracht naar een grote loods in Gooik. Het atelier van de kunstenaar was te klein om de boom die ± 10 m lang was op te bergen. Vooraleer echter aan het kunstwerk te beginnen werd op 30 april 2007 een vergadering belegd te Okegem door de Dienst Cultuur en de kunstenaar. Deze kwam luisteren naar de verhalen over de boom die als inspiratie konden dienen voor zijn werk. Hij lichtte ook toe hoe hij de Libanonceder zou aanpakken en verklapte wat zijn ideeën waren over het tweede leven van de ceder als kunstwerk. Op die vergadering waren slechts een tiental geïnteresseerde Okegemnaars aanwezig. Die brachten ook in de loop van 2007 een paar bezoeken aan het atelier van de kunstenaar en konden zo vaststellen wat er met de ceder gebeurde.

Nadat de boom in drie delen gezaagd was werden deze overgebracht naar het werkatelier van de kunstenaar waar hij beter voor de verdere afwerking kon zorgen.

In de zomer van 2007 meldde de kunstenaar aan het Schepencollege dat zijn werk klaar was en dat er uitgekeken moest worden naar een goede locatie in Okegem waar het kunstwerk kon geplaatst worden.

Op 8 september vond een eerste ontmoeting en overleg plaats in het voormalige klooster van Okegem, heden vergaderruimte van de school. Ninove was vertegenwoordigd door Mevr. Katrien Carael, cultuurfunctionaris, de technische dienst en de dienst openbare werken en voor Okegem waren enkele personen, vertegenwoordigers van de lokale bevolking, aanwezig. De kunstenaar zelf kon ook zijn zeg doen. De directeur stelde in de vergadering voor het kunstwerk op te stellen in de voortuin van het klooster, rechtover het portaal van de parochiekerk.

Oorspronkelijk dacht men het kunstwerk te plaatsen op het pleintje aan de pastorij, vlakbij zijn oude wortels. Maar de aanwezigen op de vergadering waren tegen die locatie. Er werd beslist dat de directeur een brief zou opstellen voor het Schepencollege waarin hij met de nodige argumenten de locatie in de voortuin zou verdedigen. We citeren een paar paragrafen uit deze brief.

De Libanonceder, nu herboren als kunstwerk, is één van de schaarse historische littekens voor de lokale gemeenschap. Deze moet herinnerd worden als een symbool van ontmoeting. Het is logisch het kunstwerk een plaats te geven waar mensen elkaar treffen en ontmoeten. Is er nog een betere plaats in Okegem dan hogervermelde waar mensen elkaar treffen in of aan de kerk. Is er nog een plaats waar jong en oud mekaar intensiever ontmoeten dan in of rond de school. Het kunstwerk valt onvermijdelijk op als je als voetganger, fietser of autobestuurder de dorpskom van Okegem doorkruist. Er is op die plaats een hogere sociale controle ter bescherming van het kunstwerk tegen vandalisme”. Eind januari 2008 meldde de cultuurfunctionaris dat het Schepencollege akkoord ging met de locatie van het kunstwerk in de voortuin van de school.

De technische werd belast met de studie van de verankering en het stadsmagazijn met de plaatsing van het kunstwerk. Er restte dus nog alleen de inhuldiging van het kunstwerk te bespreken. Dit gebeurde op de vergaderingen van 18 februari en 7 april 2008. Daar werd beslist dat de inhuldiging zou plaatsvinden op zondag 22 juni 2008, voorafgaand aan het schoolfeest. Er werd ook een programma opgesteld dat aan de goedkeuring van het Schepencollege werd voorgelegd. De toestemming gebeurde in de zitting van het Schepencollege op 27 mei 2008.

 

We willen het verder nog even hebben over de kunstenaar en zijn werk. Bart Jacobs is geboren te Ninove 1968. Hij voltooide zijn humaniora aan de kunstacademie van het Sint-Lukas instituut te Brussel. Daar behaalde hij ook zijn lerarendiploma aan de hogere leergangen. Momenteel doceert hij beeldhouwkunst aan de academies van Dendermonde en Liedekerke (Ninove). Hij woont en werkt in Gooik. Als jong beeldhouwer won hij reeds een aantal prijzen en voerde hij een aantal openbare opdrachten uit. Er is tevens werk van hem aanwezig in tal van privé-collecties.

Tot slot laten we de kunstenaar zelf aan het woord, die het heeft over het “project Libanonceder”.

 

Over het project...

 

Voor Okegem heb ik in eerste instantie een verkenningsronde georganiseerd, een manier om contact te leggen met de dorpsbewoners en verhalen los te weken over hun “Libanonceder”. Uit deze ontmoetingen zag ik dan een definitieve, al dan niet abstracte verschijningsvorm groeien vanuit de ideeën deels mede aangebracht door dorpsbewoners en omgeving. Gedurende het creatieproces werden er verscheidene georganiseerde bezoeken gebracht aan het atelier waar het werk vervaardigd werd. Zo kregen de geïnteresseerden een grotere kijk op werkruimte en leefwereld van de kunstenaar.

Aangezien we vertrokken van een concreet gegeven, zijnde de gevelde Linanonceder, en er een zekere interactie beoogd werd met de dorpsbewoners, actiever dan het louter aanschouwen van een neergepoot kunstwerk, hechtte ik persoonlijk evenveel belang aan de voorbereiding als de uiteindelijke realisatie.

Mijn werkwijze is ‘organisch’ van aard, d.w.z. al werkende groeit het beeld met de nodige ruimte om aan te passen, zoals een levend organisme. Zo had ik bij aanvang eerder een sferisch beeld in mijn hoofd, dat ik trachtte te benaderen in mijn verkennende tekeningen op hout en papier. In deze fase was de inbreng van mensen en omgeving mede bepalend.

Voor Okegem was het mijn ambitie om van de dode ceder opnieuw een figuurlijk ‘levend’ ankerpunt te maken in het dorp. Gezien de slechte staat van de stam, was ik genoodzaakt om de ‘wonde” er tussenuit te zagen. Zo is het idee ontstaan om drie afzonderlijke beeldelementen te ontwikkelen: op het schoolplein rechts, de massieve gehavende onderstam met zijn zichtbare kwetsuren die getuigen van zijn rijk verleden. Links, de energieke jeugdige bovenstam met zijn dynamische groei van takken die verwijzen naar de toekomst. In de kerk, de gekwetste middenstam met zijn wonde waaraan deze dorpsreus is bezweken.

De oude ceder, die ooit de dorpskern als een totem domineerde, zal opnieuw een herkenningspunt worden in het dorp. Hij zal ‘zonder anekdotiek’ de verhalen van verleden, heden en toekomst in zich dragen. Ik heb er een beeldengroep van willen maken die een symbiose vormt tussen mens en natuur, die door haar organische vormgeving, door haar zachte en warme cederstructuur uitnodigend overkomt. Het is mijn doel om de energie van natuurprocessen en menskrachten, hun groeikracht en vergankelijkheid als organismen in een veel groter universum, te visualiseren. Het is tevens mijn bescheiden poging om een ‘verschijningsvorm’ te realiseren die de complexe wereld tracht te vatten als een onvoltooid proces van groei en beweging.


 

Bronnen:

- Register der beraadslagingen van het Schepencollege en Gemeenteraad

- Verslagen van de bijeenkomsten in Okegem (opgesteld door Mevr. Katrien Carael)

- Persmap. Inhuldiging kunstwerk Libanonceder. (samengesteld door Mevr. Sofie Beeckman van de Dienst Cultuur).


 

 

 

 

    

 

 

       

Kunstenaar Bart Jacobs & Pastoor A. Callebout