IN MEMORIAM FRANS ALBERT GIES

Jozef VAN DER SPEETEN

 

Op 17 februari 2007 overleed Albert Gies in het Woon- en Zorgcentrum Sint-Rafaël te Liedekerke in de gezegende leeftijd van 90 jaar.

Ik voel het als een plicht het levensverhaal te schrijven van een talentvolle man die de taken die hem werden toevertrouwd op een schitterende manier vervulde. Ik schrijf dit met een zekere schroom omdat Albert een heel goede vriend was naar wie ik met ontzag opkeek.

Albert werd te Okegem geboren op 4 augustus 1916 als derde zoon van het echtpaar Sebastiaan en Maria Theresia Van der Speeten die te Okegem trouwden in 1909 en in het van ouds bekende café of staminee "In het Spoeltjen" woonden.

Hij groeide op in een kroostrijk gezin dat zeven kinderen telde: vier jongens (Henri, Karel, Albert, Ghisleen) en drie meisjes (Elvire, Ida en Elisa). Zijn broer Ghisleen overleed op jeugdige leeftijd en zijn zus Elisa trad te Ninove in het klooster van de Zusters van de H.H. Harten.

Van jongs af was hij een snuggere knaap die kleuteronderwijs en eerste leerjaar lager onderwijs in de meisjesschool volgde en op 1 oktober 1923 ingeschreven werd in de gemeentelijke jongensschool. Daar verbleef hij tot 30 augustus 1928 en kreeg er onderricht van meester Leon De Roeck en meester Cyriel De Neve.

Op 12-jarige leeftijd deed hij zijn plechtige communie en hij werd op 24 juni 1929 gevormd te Denderleeuw door Mgr. Coppieters. Hij kreeg thuis een diep christelijke opvoeding want zijn ouders waren voorbeeldige christenen. Die opvoeding is hem zijn leven lang bijgebleven en hij bleef tot aan zijn dood trouw aan de oude geloofspraktijk.

In tegenstelling tot zijn broers Henri en Karel die na hun plechtige communie naar het Sint-Aloysiuscollege van Ninove trokken ging Albert in 1928 naar het Sint-Maartenscollege van Aalst. Daar heeft hij eerst nog het zevende leerjaar van het lager onderwijs gevolgd en daarna schakelde hij over naar het middelbaar onderwijs en volgde er de hele cyclus van de moderne humaniora die hij in 1935 beëindigde. Hij bezat toen het diploma van het Hoger Middelbaar Onderwijs waarmee hij mooie kansen kreeg in de openbare diensten. Maar vooraleer hij zijn kansen waagde voor een betrekking moest hij eerst nog naar het leger want hij behoorde tot de klas 1936. Hij werd dat jaar opgenomen in de "Schoolcompagnie" die in de Leopoldkazerne te Gent gelegerd was. Na een theoretische opleiding werd hij ingedeeld bij de veertiende compagnie van het 4e Linieregiment waar hij een verdere opleiding kreeg in de Sint-Pieterskazerne te Gent. Na 10 maanden legerdienst zwaaide hij af als sergeant. Dit kwam hem goed uit want nu was de tijd aangekomen om te solliciteren voor een goede betrekking. Na een vergelijkend examen afgelegd te hebben bij het Rekenhof werd hij op 1 november 1937 aanvaard als "verificateur" en spoorde hij elke dag naar Brussel. Maar gezien de toenmalige politieke toestand kwam er een kink in de kabel. In 1938 werd hij voor de eerste maal terug onder de wapens geroepen en moest hij zijn eenheid vervoegen. Hetzelfde gebeurde in september 1939 maar ditmaal was het ernst. Hij ging terug naar zijn eenheid die te Diepenbeek gelegerd was. Daar werd hij o.a. misdienaar van de aalmoezenier wat hem deed terugdenken aan de tijd dat hij diezelfde taak deed in de parochiekerk van Okegem.

Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit in ons land. Zijn eenheid verhuisde van Diepenbeek naar Wevelgem waar ze zware gevechten leverde tegen de vijand. Na de overgave van het leger werd hij als krijgsgevangene naar Duitsland gebracht waar hij op 10 juni 1940 aankwam. Daar ging hij als vrijwilliger werken op een boerderij en omdat hij zo zijn best deed werd hij goed opgevangen in het gezin. Hij sprak goed Duits en werd de tolk van de medegevangenen. Op 17 januari 1941 kwam hij terug in Okegem aan en hij kon daarna zijn taak bij het Rekenhof terug opnemen1.

Op 3 augustus 1942 trad Albert in het huwelijk met Maria Mathilde De Bruyn die hij goed kende want ze was een buurmeisje. Het echtpaar dat zich huisvestte op de Dorpplaats, in het huis achter de kapel, werd gezegend met zeven kinderen, drie jongens (Henri, Marc en Elie) en vier meisjes (Rita, Erna, Anna en Fabienne). Rita en Anna overleden echter op jeugdige leeftijd wat een zwaar verlies betekende voor de ouders. In de jaren 50 verhuisde het gezin naar de Hazeleerstraat, waar het een nieuw gebouwd huis ging betrekken.

In het Rekenhof heeft Albert bijna de helft van zijn leven doorgebracht en zich met hart en ziel gegeven aan zijn werk. Zijn inzet werd beloond want in 1959 werd hij benoemd tot auditeur. Hij is dan verder opgeklommen op de hiërarchische ladder en bracht het in 1966 tot revisor. Maar dit was niet het einde van zijn loopbaan. In 1979 werd de kroon op het werk gezet en werd hij tot directeur benoemd. Een titel om fier op te zijn maar dat liet hij niet blijken want hij bleef steeds dezelfde eenvoudige man zoals hij altijd geweest is, sociaal en dienstvaardig. In het Rekenhof bleef hij werken tot de pensioenleeftijd van 65 jaar. Hij verliet de instelling in 1981 en kreeg daarna de titel van eredirecteur van het Rekenhof. Omwille van de uitzonderlijke prestaties werd hij beloond met enkele eretekens.

Maar we moeten het nu nog hebben over zijn politieke loopbaan die hij na Wereldoorlog II begon en beëindigde met de fusie van Okegem bij Ninove.

Bij de eerste naoorlogse gemeenteraadsverkiezing van 24 november 1946 stond Albert Gies op de lijst van de C.V.P. die in 1945 gesticht was. De kandidaten waren mannen die niet meer akkoord gingen met de manier waarop het bestuur van de Katholieke Partij te werk ging. De uitslag was echter teleurstellend voor de C.V.P. want ze behaalden slechts drie zetels en de K.V.P. was grote overwinnaar met zes zetels. Tijdens de zittingen kwam het meermaals tot een dispuut tussen Albert Gies en burgemeester Cyriel De Dier. Omdat hij een sociaalvoelend man was en geen onrecht verdroeg nodigde hij de in nood verkerende mensen bij hem thuis uit en stond hen met raad en daad bij.

Bij de verkiezingen van 1952 mocht hij zich geen kandidaat stellen van zijn werkgever en nam zijn vrouw Maria De Bruyn zijn plaats in op de lijst van C.V.P. Zij behaalde een schitterend resultaat en werd het eerste vrouwelijk gemeenteraadslid van Okegem. De C.V.P. won de verkiezing met vijf zetels en Romain Couck werd burgemeester.

Bij de verkiezing van 1958 stond Albert Gies terug als kopman op de lijst van de C.V.P. en hij behaalde de overwinning. De partij stelde hem voor om burgemeester te worden. Die functie behield hij ook bij de volgende legislatuur die begon in 1965. Toen Albert tot burgemeester was aangesteld vlotte het niet al te best in zijn partij. Eén van de gekozenen ging niet akkoord met zijn benoeming en stemde met de oppositie mee. Om zijn beleid te verdedigen koos hij voor een probaat middel. In een manifest "De Klaroen" bracht hij de bevolking verslag uit van de gemeenteraadszittingen en toonde hij aan hoe de tegenpartij zijn taak blokkeerde. Toch lukte het hem en zijn medewerkers verschillende noodzakelijke werken te laten uitvoeren. Dat had hij vooral te danken aan het feit dat hij "een lange arm had" bij de verschillende ministeriële instanties.

In 1970 werd een harde kiesstrijd gevoerd tussen de C.V.P. en de K.V.P. (Katholieke Volkspartij) maar de verkiezingsuitslag was een ramp voor de C.V.P. Niettegenstaande de recordcijfers die Albert Gies als kopman behaalde (436 voorkeurstemmen) verloor zijn partij de verkiezingen en behaalde de K.V.P. vijf zetels en de C.V.P. vier zetels. In zijn brief aan de bevolking bedankte Albert zijn kiezers voor het vertrouwen en aanvaardde democratisch de uitspraak van het kiezerskorps. Hij deelde ook mee dat de gekozenen van de C.V.P. alles in het werk zouden stellen om de belangen van de gemeente in alle opzichten te dienen.

Na de verkiezingen werd een heftige politieke strijd gevoerd. Albert greep terug naar een strijdblad, de "Nieuwe Klaroen", waarin hij telkens een objectief verslag uitbracht van de zittingen en ook de voorstellen besprak die "de waakzame oppositie" naar voren had gebracht.

Om de pil van de nederlaag wat te vergulden werd in 1971 in zaal Rio een bloemenhulde gebracht aan oud-burgemeester Albert Gies om hem te danken voor zijn voortreffelijk werk dat hij samen met zijn medewerkers had verwezenlijkt. Opdat de bevolking hem steeds zou herinneren werd een A.G.-Club opgericht die zich voornam allerlei activiteiten te organiseren voor de clubvrienden o.a. reizen, bals, carnavalvieringen e.d.m.2

De A.G.-club heeft reeds lang opgehouden te bestaan maar vermeldenswaard is dat vanaf 1985 telkenjare een ploeg nog deelneemt aan de Okegemse Dorpsquiz onder de naam A.G.-club.

Na zijn op pensioenstelling in 1981 brak een rustige tijd aan voor Albert en zijn echtgenote Maria. Hun kinderen verlieten één na één het ouderlijk huis na hun trouwdag en de ouders verheugden zich telkens bij de geboorte van een kleinkind. Albert kon nu verder ook meer tijd besteden aan het tuinwerk, iets wat hij altijd heel graag had gedaan. Hij werd ook nog regelmatig uitgenodigd naar het Rekenhof en hield zo contact met zijn vroegere medewerkers. In 1992 vierden Albert en Maria hun gouden bruiloft waarop kinderen, kleinkinderen en familie uitgenodigd waren.

Een kleine anecdote die de man tekende ten voeten uit. Toen wijlen Adolf Beeckman, zijn jarenlange fervente politieke tegenstander, hulpbehoevend en sprakeloos aan zijn bed gekluisterd lag in het rusthuis te Denderleeuw gingen ikzelf, Frans Van Santen en Albert hem bezoeken. In één gebaar liet hij alle rancune en alles wat hen ooit verdeeld had achter zich en drukte Adolf hartelijk de hand. Adolf weende tranen van ontroering.

In 1993 trof Albert een zware tegenslag. Na een kortstondige ziekte overleed zijn dierbare echtgenote Maria op 11 april 1993. Zij was een goede en trouwe echtgenote, een moeder en grootmoeder uit de duizend. Van toen af brak voor hem een donkere periode aan. Hij kon van zijn echtgenote moeilijk afscheid nemen en bezocht dagelijks haar graf. Hij verloor ook het sociaal kontakt met dorpsgenoten met wie hij vroeger zo goed kon omgaan. Op het einde van vorige eeuw nam hij een moedig besluit en verhuisde naar het rust- en verzorgingstehuis Sint-Rafaël te Liedekerke. Daar heeft hij de laatste jaren van zijn leven doorgebracht en was heel gelukkig als hij bezoek kreeg van kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Op 17 februari 2007 is hij te Liedekerke overleden. De tekst op zijn doodsprentje verwoordt heel duidelijk hoe het gebeurde. Zacht is hij mogen heengaan. Weggegaan zo stil als het maar zijn kon. Alsof hij ook in dit laatste moment niemand wou lastig vallen. Slapend overgegaan naar zijn dierbare echtgenote.


 

1  GIES Albert, De belevenissen van een oudstrijder van de veldtocht 1940, in: Mededelingen Heemkring Okegem, 15e jg., 1990, p. 48-51.

2  VAN DER SPEETEN Jozef, 10 jaar A.G.-club, in: Mededelingen Heemkring Okegem, 5e jg., 1980, p. 120-125.