DE OKEGEMSE ROOTS VAN JOHAN VERMINNEN1

Patrick Praet

 

Vlaams chansonnier Johan Verminnen behoort al jaren tot de boegbeelden van de Vlaamse kleinkunst. We kennen hem als echte Brusselèèr die vol liefde zingt over de hoofdstad, het artiestenbestaan en de diepe momenten van het leven. Weinigen slagen er in om het eenvoudige geluk van de mens zo treffend in liedvorm om te zetten. Met zijn boekje Prinses van het Pajottenland brengt hij niet alleen een ode aan zijn moeder, maar hangt hij ook een nostalgisch beeld op over de jaren 1950-1960, zijn eigen jeugdperiode.

 

Johans moeder werd als Elisabeth Braeckmans in 1910 in Pamel (Ledeberg) geboren. Vijf jaar voordien had haar vader Remy Braeckmans in Okegem Maria Vandeperre leren kennen. Remy was net als zijn vader kleermaker en had de stiel geleerd bij Felix Vandeperre, een bevriende kleermaker die in de Kattestraat in Okegem woonde. Hij leerde er blijkbaar meer dan alleen kleren maken, want hij viel er ook voor de charme van de dochter des huizes.

Maria Vandeperre werd in 1882 in Okegem geboren en was handschoenmaakster van beroep. Remy was normaal vrijgesteld van legerdienst, maar nam tegen betaling de plaats in van een meer fortuinlijke jongeman. Met het verdiende geld was het obstakel voor een huwelijk uit de weg geruimd. Het koppel trouwde op 3 mei 1905. Tot de Eerste Wereldoorlog verliep het leven vrij rimpelloos voor het jonge gezin. Remy zette zijn stiel van kleermaker verder en ging wonen in een comfortabel huisje boven op de Puttenberg. De oorlog verstoorde het geluk. Om in deze moeilijke periode de eindjes aan elkaar te knopen, ging Remy elke dag naar de steenkoolmijnen in Charleroi werken. Maria Vandeperre moest het daarom vaak zonder haar man stellen. Na de oorlog keerde Remy terug naar zijn vroegere stiel en het leven hernam zijn gewone gang.

Het gezin werd in deze periode uitgebreid tot negen kinderen (vijf zonen en vier dochters). Elizabeth was het derde kind in de rij. Zoals de meeste kinderen van haar tijd verliet zij op 14 jaar de school. Dit gebeurde enigszins tegen haar zin want eigenlijk wilde zij onderwijzeres worden. Op die manier kwam zij als dienstmeisje bij de familie Marievoet in Brussel. Deze welgestelde familie had een buitenverblijf in Wemmel en Elizabeth verhuisde dan telkens mee. Het was ook daar dat zij Jan Verminnen, een jonge mechanicien, leerde kennen met wie zij in 1936 trouwde. Jan en Elizabeth kregen vijf kinderen. Eén daarvan was Johan.

Johan Verminnen schreef De prinses van het Pajottenland naar aanleiding van de 93ste verjaardag van zijn moeder in 2003. Het boek is in meerdere opzichten bijzonder. Verminnen brengt een hommage aan zijn moeder, maar vervalt nergens in sentimentaliteit of idolatrie. Met kleine herinneringen en wat humor schildert hij een liefdevol portret van zijn moeder. Zonder veel grote woorden beschrijft hij haar onverdroten inzet voor het gezin en haar dankbaarheid voor het leven.

Het boekje slaagt er eveneens in de sfeer van de naoorlogse periode op te roepen. Verminnen heeft het over de expo van 1958, de eerste televisie, de exports? die zijn vader dronk, de jaarlijkse familiebezoeken met de tram naar Ledeberg, zijn eerste Norton-brommer, de eerste tonen van de rock-?n-roll,? Kortom, een lezenswaardig boekje. Alleen jammer dat Verminnen het spoor van Maria Vandeperre niet lang volgt. Daarom een aanvulling door de Heemkring: Maria overleed in 1975 in Pamel, drie jaar na haar echtgenoot Remy.

1  VERMINNEN Johan, Prinses van het Pajottenland, Leuven, Uitgeverij Van Halewyck, 2003, 169 p. Zie de foto van Maria Van de Perre op de voorpagina.