HET DONDERGLAS

Herman Brantegem

 

Het weer heeft altijd een grote invloed gehad op de menselijke bedrijvigheid. De mens is er altijd afhankelijk van geweest. Reden genoeg dat hij door de eeuwen heen met allerlei middelen het weer trachtte te voorspellen en in bepaalde gevallen zelfs te beïnvloeden.

Uit het gedrag van sommige diersoorten kon hij weersveranderingen afleiden. Hijzelf voelde ook met zijn lichaam bepaalde klimatologische verschijnselen aan. Daarnaast had hij nog andere mogelijkheden tot zijn beschikking waarmee hij het komende weer kon voorzien? zoals de vorm van de wolken, windrichtingen enz. Veel van die voortekens worden op de dag van vandaag op een meer wetenschappelijke wijze gebruikt om het weer te voorspellen.

Uiteraard zijn ook de heiligen die als echte weermakers beschouwd worden. Denken we maar aan de heilige Clara die voor mooi weer diende te zorgen. In hoeverre al deze middelen doelmatig waren, laten we hier buiten beschouwing. In deze bijdrage gaat onze aandacht naar een instrument dat als het ware de voorloper van de huidige barometer mag genoemd worden. Enkele maanden geleden werd ik de trotse bezitter van dergelijk instrument en vond het passend eens de aandacht te schenken aan dit volkskundig toestel.

 

De barometer was aanvankelijk bedoeld als een toestel om het gewicht van de lucht en de daarin optredende schommelingen aan te geven. Men dacht er destijds niet aan om met dit instrument het weer te voorspellen. In 1644 vervaardigde de Italiaan Toricelli een toestel dat de mogelijke veranderingen van de lucht aantoonde. Het was pas tientallen jaren later dat toenmalige wetenschapslui het verband legden tussen de schommelingen van de luchtdruk en het weer. In die periode bestond er nog het zogenaamde "donderglas", een instrument waarvan de werking op hetzelfde principe van de luchtdrukschommelingen berustte. Wegens de onnauwkeurigheid van dit weerglas kan het echter niet in de categorie van de wetenschappelijke toestellen ondergebracht worden.

Het weerglas heeft een peervormig lichaam waarvan de voorzijde bol is, terwijl de achterkant afgeplat is om tegen een vlakke wand op te hangen. Op de bolle tuit is een verticale tuit met bovenaan een opening aangezet. Er is slechts één opening aan namelijk aan deze tuit. Onderaan is een massieve knop aangebracht en bovenaan is een massief cirkelvormig ophangoog aangebracht. Als versiering zijn aan de zijkanten van het lichaam glazen golfbanden aangebracht. Dit zijn de zogenaamde "hanenkammen" vandaar dat men dergelijke glazen ook wel terugvindt onder de benaming "hanenkamglazen". De datering is waarschijnlijk einde 18e, begin 19e eeuw. Het glas wordt langs de tuit met water gevuld al dan niet gekleurd met inkt. De werking is op het principe van de luchtdrukschommelingen gebaseerd: neemt de luchtdruk van buiten toe (mooi weer), dan zal het water in de tuit dalen, neemt de luchtdruk af (slecht weer), dan stijgt de vloeistof in de tuit. Zo kan bij een naderende storm het water zelfs over de tuitrand druppelen. Een dergelijk instrument is uiteraard slechts ten dele betrouwbaar daar de omringende temperatuur eveneens invloed uitoefent op het water in de fles. Om hem zo efficiënt te gebruiken hangt men hem best in een plaats waar de temperatuur vrij constant is. Het "donderglas" is in feite geen volwaardige barometer omdat het geen schaalverdeling heeft.

Wie de uitvinder van dergelijk glas is, zal men wellicht niet meer kunnen achterhalen maar een aantal elementen wijzen in de richting van een zekere Ghijsbrecht de Donckere, een Gentenaar.

Op 20 september 1619 verscheen Cornelia Oloffs de echtgenote van Ghijsbrecht de Donckere, voor het Hoofdcollege van de Oudburg, zetelend in het Gravensteen te Gent, waar zij een uitvinding van haar echtgenoot kwam presenteren. Met zekerheid staat vast dat ruim 20 jaar vóór de officiële uitvinding van de barometer door Toricelli, in Vlaanderen een toestel bekend was waarmee men in staat was het weer (min of meer) te voorspellen.

Het is dus niet uitgesloten dat de weerglazen in de 17e eeuw in Vlaanderen werden gemaakt maar in de 18e eeuw, 19e eeuw en zelfs de 20e eeuw is vooral Luik als productiecentrum bekend. Te Okegem vonden we geen inwoners die het donderglas kenden.