KIRSTEN VAN DER ELST ZET OKEGEM OP DE KAART

Jozef VAN DER SPEETEN

 

Toen op zondag 17 november 2006 de naam Kirsten Van der Elst van Okegem vermeld werd in het ochtendnieuws spitste ik mijn oren naar wat er zou op volgen. Tot mijn grote verbazing deelde de omroeper mee dat Kirsten het Groot Kinderdictee der Nederlandse Taal gewonnen had. Okegem heeft er een kampioene bij, dacht ik. En wat voor een!.

Op de bestuursvergadering van de V.V.V.-Ninove, dezelfde dag, was Kirsten het onderwerp van het gesprek. Ik was heel fier dat Kirsten Van der Elst Okegem nog eens op de kaart had gezet. Ik haastte me dan op maandagochtend om de laureaat van harte te feliciteren voor haar uitzonderlijke prestatie. Ze vertelde met veel overtuiging en plezier hoe alles in zijn werk was gegaan. Nadat ze had deelgenomen aan de voorproeven werd ze geselecteerd om als finalist deel te nemen aan het Groot Kinderdictee dat voor de derde keer in Den Haag in de statige "Eerste Kamer" plaats had. Zestig kinderen, veertig uit Nederland, twintig uit Vlaanderen namen deel aan dat dictee. Jeugdauteur Paul Van Loon (de auteur van De Griezelbus) had daarvoor een bloedstollend vampierenverhaal geschreven en las het zelf voor. Ketnet zond het dictee op zaterdagavond van 16 december uit.

'Het valt nog mee' dacht Kirsten toen ze haar blad afgaf, 'het dictee van vorig jaar was een stuk moeilijker'. Een uur later viel het verdict. De zestig kinderen hadden in totaal 693 fouten gemaakt of gemiddeld 11 fouten per kind. De Vlaamse kinderen maakten hun reputatie van taalkenners waar: de top drie was volledig Vlaams. Kirsten was veruit de beste en had slechts één woord foutief geschreven namelijk cantharellen (een soort paddenstoel). Michiel Van der Gucht van Ternat eindigde als tweede met drie fouten en Arnella Sacré

van Halle werd samen met een Nederlandse jongen derde met vijf fouten. Kirsten kreeg een mooie prijs: het driedelige Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal en een unieke gegraveerde pennenset. Ze staat nu voor de eeuwigheid opgetekend in de annalen van het Groot Dictee.

Ze vertelde verder dat ze na het dictee er een goed oog in had en er van overtuigd was dat ze bij de eerste drie zou eindigen. Ze had als voorbereiding op dit dictee de spellingsregels in het Groene Boekje doorgenomen en had tientallen moeilijke woorden ingeoefend. Dit alles gebeurde onder het waakzame oog van haar mama Leen Vermeulen, die aan "thuisonderwijs" doet en haar lerares was. Op de vraag wat ze later wil worden kregen we een kordaat antwoord. Ze droomt ervan om later van taal haar beroep te maken en dolgraag schrijfster zou worden.

Na de “nieuwe kampioene” van Okegem kwam ook de moeder Leen Vermeulen aan de beurt. Die wou het even hebben over het “thuisonderwijs” dat ze aan haar twee kinderen verstrekt. Kirsten (11 jaar) en haar broer Seth (8 jaar) begonnen thuisonderwijs te volgen nadat er op school enkele dingen fout waren gelopen. Dit was voldoende om te beslissen dat Leen de kinderen zelf les ging geven. Ze heeft een geschikt diploma en stond zelf ooit in het onderwijs. De stap was vlug gezet en nu ondervindt ze dat het de goeie stap was. Ze begrijpt dat niet iedereen er zo over denkt. Ze denken meestal dat de kinderen hier zo maar wat les krijgen als het ons goed uitkomt maar dat is zo niet. Elke ochtend om kwart voor negen begint de les zoals in de school. Het "klasje" is goed ingericht: een leerling volgt les in de keuken, de andere in de eetkamer. Ze heeft het geluk dat Kirsten en Seth graag zelfstandig werken wat voor hen het ideaal is maar ze weet dat andere kinderen beter presteren in een groep.

Ze heeft al heel wat opmerkingen gekregen over het thuisonderwijs en ook werd haar de vraag gesteld of het sociaal gezien wel een goede zaak is. Haar antwoord hierop was dat haar kinderen tijdens de dag niet tussen vriendjes op school zitten. Als compensatie gaan ze wekelijks naar de muziekschool en zitten in een atletiek- of zwemclub.

Aan het eind van het gesprek vertelde ze dat ze ervan overtuigd is dat haar kinderen meer kennis zullen opgedaan hebben dan hun leeftijdgenootjes.

Tot slot van ons onderhoud deelde ik mee dat het Davidsfonds ook elk jaar een Groot Nederlands Dictee voorziet waarvan de preselecties gehouden worden op zaterdag 10 februari en de nationale finale plaatsvindt in het Vlaams Parlement op zaterdag 10 maart. Uit goede bron vernamen we dat Kirsten ingeschreven is voor de preselectie. Die zijn intussen al achter de rug en Kirsten was terug de beste van de groep.

In de finale te Brussel heeft Kirsten spijtig genoeg niet de eerste podiumplaats gehaald.


 

 

Als bijlage volgt de tekst van het dictee:

In het ogenschijnlijk ongevaarlijke woud:

Terwijl het cycloopoog van de volle maan langzaam zichtbaar werd tussen als slagschepen voorbijdrijvende wolken, opende de vampier likkebaardend het met fluweel beklede deksel van zijn doodskist en gluurde met bloeddoorlopen ogen naar de kloppende halsslagader van de naderende adolescent.

Deze jongeman wandelde eerder diezelfde avond nietsvermoedend het ogenschijnlijk ongevaarlijke woud in om een handvol cantharellen te bemachtigen voor de soep, die zijn moeder zou serveren als voorafje bij een luxueuze stapel met siroop overgoten pannenkoeken.

Maar zodra de afstammeling van Dracula zijn hoektanden voor hem ontblootte, besefte de jongen dat er geen uitweg was uit deze benarde situatie; vlug zond hij met zijn gsm’etje een laatste sms’je naar zijn moeder, dat luidde: ma, geef mijn portie maar aan Fikkie, onze rottweiler.