In memoriam Jozef Couck1

Jozef Van der Speeten

 

Op 26 december 2005 (2e Kerstdag) overleed Jozef Couck heel onverwacht in familiekring. Hij had nog echt genoten van het laatste kerstfeest. Met pretoogjes had hij geluisterd naar de vele wensbrieven van zijn achterkleinkinderen, neuriede hij de kerstliederen mee en zat aan tafel te midden van de zijnen te genieten van het samenzijn.

Al was hij de laatste tijd niet meer zo fit, niets liet vermoeden dat de dood hem zo plots zou treffen. Het achterblijven, zonder een bewust laatste moment van afscheid, geen woord of teken, kwam hard aan voor zijn familie.

De plechtige uitvaartliturgie, waarin heel wat vrienden en kennissen aanwezig waren, had plaats op 30 december in de dekanale O.-L.-Vrouw-Hemelvaartkerk van Ninove.

Bij het begin van de eucharistie lazen drie personen een treffende lijkrede af met aangename herinneringen aan de afgestorvene.

Ook deken P. Becaus bracht in zijn homilie hulde aan de overledene wiens leven heel verdienstelijk geweest was op alle gebied. Op het einde van de misviering spraken de kinderen en kleinkinderen een afscheidswoord uit aan hun geliefde papa en opa.

Alhoewel Jozef Couck een echte Ninovieter geworden was vonden wij het toch passend hem even in herinnering te brengen in ons tijdschrift. Op de eerste plaaats omdat hij te Okegem geboren was maar ook omdat hij nog altijd geïnteresseerd bleef in het doen en laten van de Okegemnaren.

Jozef Couck werd te Okegem geboren op 15 juli 1918 als oudste kind van Romain Couck en Adeline Schoon. De naam Jozef kreeg hij van zijn peter Jozef Couck, die stationschef te Okegem was. Het gezin Couck-Schoon kreeg in 1921 nog een dochter bij die Maria genoemd werd.

Het jaar 1918 waarin Jozef geboren is was een heel speciaal jaar. Er werden dat jaar slechts 22 kinderen geboren (13 jongens en 9 meisjes). Dat was een zeer laag geboortecijfer in vergelijking met de vorige jaren. Maar er zijn in dat jaar uitzonderlijk veel sterfgevallen geweest namelijk 30 waarvan 14 mannelijke en 16 vrouwelijke inwoners. Dit hoge sterftecijfer was toe te schrijven aan de besmettelijke griepepidemie (Spaanse griep) die dat jaar overal in ons land heerste.

Als kind groeide Jozef op in een specifiek midden. Zijn vader was herbergier en handelaar in kolen en zijn moeder was huisvrouw en hielp mee in de herberg. Er kwam dus heel wat volk over de vloer en dit verklaart misschien waarom Jozef een gewiekst handelaar en sociaal sterk bewogen geworden is. Vader Romain was ook een verkozene van de lijst van de Katholieke Partij.

Nadat hij de bewaarschool in de Zusterschool doorlopen had werd hij in het schooljaar 1924-1925 opgenomen in het 1e leerjaar bij zuster Colette en hij deed in 1925 zijn Eerste Communie. Op 1 oktober 1925 ging hij over naar de gemeenteschool waar toen maar twee gemeenteonderwijzers actief waren: meester Leon De Roeck en hoofdonderwijzer Cyriel De Neve. Het gemeentelijk onderwijs volgde hij tot 30 augustus 1929. Daarna stuurde vader Romain hem naar het “Moeilj’n hof” (nu Sint-Gabriëlinstituut genoemd) te Liedekerke.

Waarschijnlijk zal zijn vader hem daar heen gestuurd hebben om “Frans” te leren wat hij later als handelaar goed kon gebruiken.

Na de Eerste Wereldoorlog werd er te Liedekerke een internaat voor Franstalig onderwijs opgericht door de Broeders van Sint-Gabriël. Het was hoofdzakelijk lager secundair onderwijs, vooral gericht op handel en talen, met het Fans als moedertaal.

Omdat hij uit de gemeenteschool kwam, waar geen Frans onderwezen werd, moest hij eerst een paar jaar de Franse taal inoefenen in de voorbereidende klassen.

Jozef deed in 1930 zijn Plechtige Communie en op 27 juli 1931 werd hij te Denderleeuw gevormd door de bisschop van Gent. Uit goede bron vernamen we dat hij ook enkele jaren misdienaar geweest is. Hij stopte in juli 1934 de lagere middelbare afdeling in de school te Liedekerke en werd als interne leerling ingeschreven in de Sint-Thomas Normaalschool te Brussel. In 1938 behaalde hij het diploma van onderwijzer en kon reeds in september aan de slag in de gemeenteschool van Okegem. Hij verving meester Dominique De Schrijver die opgeroepen werd naar het leger (1e mobilisatie).

In 1939 of in 1940 werd hij opgeroepen om zijn militaire dienst te vervullen en maakte hij als milicien de 18-daagse veldtocht mee. Als oudstrijder 1940-1945 werd hij lid van de Oudstrijdersbond van Ninove waarvan hij na enkele jaren de voorzitter werd.

In 1942 huwde Jozef met Germaine Coppens van Ninove en ging zich te Ninove vestigen. Jozef leerde Germaine kennen op de treinreis die hen naar Brussel bracht tijdens hun studietijd. Jozef studeerde aan de Sint-Thomasnormaalschool en Germaine was inwonende studente van een Brussels meisjesinstituut. Ze zagen mekaar 's maandags bij de heenreis en spraken dan af om ’s zaterdags samen terug te keren. Het is dus niet bij een “studentenlief” gebleven. Vanaf dat jaar begon er een heel ander leven voor hem en begon de microbe om een handelszaak te beginnen stilaan haar werk te doen. Hij werd hierin voluit gesteund door zijn vrouw die uit het handelsmilieu vandaan kwam.

Maar op de eerste plaats kwam het gezin en al wat hij ondernam stond mede in functie van het gezin en het geluk van hen.

Vier kinderen kwamen het gezinsgeluk volledig maken: Anita, Danielle, Jan en Kati. Twee van de drie meisjes zijn echter op volwassen leeftijd gestorven. En beide waren ze moeder van vier kinderen. Dit was de zwaarste beproeving voor Jozef en Germaine en bleef hun leven tekenen. Het gezin en de familieband waren voor Jozef heilig. Het was voor hem een grote vreugde steeds weer op belangrijke momenten en dagen de hele familie bij elkaar te zien: de kinderen, de elf kleinkinderen en de tien achterkleinkinderen.

In 1948 stichtten Jozef en Germaine de wasserij Exelsior die gevestigd werd in de Geraardsbergsestraat te Ninove. Met de middelen van toen hebben zij baanbrekend werk verricht en heel wat mensen te werk gesteld. We herinneren ons heel goed dat Karel Van Snick jarenlang in de omliggende dorpen rondreed om het wasgoed bij de klanten op te halen en het daarna netjes gewassen en gestreken terugbracht. Jozef liet hij de wasserij over aan zijn zoon Jan die nu nog altijd de zaak runt.

Maar naast zijn werk in de wasserij was Jozef een sterk sociaal bewogen man. Mensen samenbrengen, naar mensen luisteren dat was de kern van zijn lidmaatschap in verschillende organisaties en bewegingen. De voornaamste daarvan waren: de Lions Club Ninove, de Vrijwillige Brandweer Ninove en de Koninklijke Sint-Sebastiaan handbooggilde. Van elke geciteerde vereniging brengen we een korte schets van zijn activiteiten.

Jozef was medestichter van de Lions Club Ninove in 1970, vervulde de taak van secretaris, werd tot tweemaal toe voorzitter en was ook zonevoorzitter. Hij was de grote bezieler van de textielophaling die vanwege het grote succes te Ninove gepromoot werd bij andere Lions Clubs over gans België. Hij was het oudste lid van de club maar maakte er een erezaak van om werkend lid te blijven. Naar zijn woord werd altijd geluisterd omdat het telkens opbouwend was en meestal verwijzend naar de menselijke aspecten van het probleem.

Jozef was ook een van de oudste brandweermannen uit het Ninoofse korps. Brandweerman zijn was voor hem een roeping, een bewust gekozen manier van leven. Op 33-jarige leeftijd ontwaakte het brandweervlammetje.

Van 1951 tot 1978 diende hij de Ninoofse bevolking. Hij maakte de grote verhuis mee van de brandweerkazerne in De Waag op de Graanmarkt naar de Desiré De Bodtkaai. Hij diende onder officier-dienstchef Karel Fransman, Gustaaf De Jonghe en Bertus De Roeck om nadien als 2e in bevel samen met de Ere-Commandant André Moeremans het korps te leiden. Zijn sociaal engagement bij de brandweer vertaalde zich in het oprichten van de muziekkapel en het ondersteunen van de voetbalploeg. Ook de dames herinneren zich Lt. Couck als elegante danser van het door hem jaarlijks georganiseerde bal van de brandweer. In 1978 werd een grootse hulde gebracht op het Sint-Barbarafeest aan Lt. Couck die afscheid nam van de actieve dienst omdat hij de ouderdomsgrens van 60 jaar bereikt had. Onder zijn stuwende kracht richtte hij voor de ereleden van de brandweer de erewacht op, die regelmatig een tweemaandelijkse bijeenkomst houden.

Jozef Couck werd reeds in 1943, op aandringen van zijn schoonvader Alfons Coppens, lid van de Koninklijke Handbooggilde Sint-Sebastiaan, de alleroudste vereniging van Ninove. Tien jaar later werd hij reeds opgenomen in het bestuur. In 1966 is hij tot kapitein bevorderd en in 1976 aanvaardde hij het voorzitterschap (hoofdman) van de gilde.

Onder zijn voorzitterschap groeide de gilde uit tot een groep waar vriendschap, goed humeur en een kwinkslag hoog in het vaandel staan. In 1993 werd hij gevierd voor zijn vijftigjarig lidmaatschap. Hij kreeg toen van het stadsbestuur het ereplakket van de stad. Een afgevaardigde van de Nationale Federatie speldde hem toen een zelden toegekende medaille op de borst.

Ook sport en ontspanning (cultuur) kregen zijn grote aandacht. Bij de oprichting van de Sportraad werd hij tot voorzitter aangesteld en mocht nadien de titel van erevoorzitter dragen. Hij was medestichter van de Karnavalraad en werd opgenomen als Ridder van de Wortelorde.

Het ging hem bij dit alles niet om de eer, maar om de inzet en het in vriendschap samenbrengen van vele mensen.

We besluiten met te zeggen dat Jozef dankzij de hulp en de steun van zijn echtgenote Germaine in al die verenigingen tot voldoening van eenieder bestuursverantwoordelijkheden kon opnemen.


 

1  Bronnen: Deken P. Becaus, homilie in uitvaartmis; Jan Hoorens, voorzitter Lions Club, lijkrede in uitvaartmis; Michel Bellemans, kapitein-bevelhebber brandweer, lijkrede in uitvaartmis; Sam De Sutter, Sint-Sebastiaansgilde, lijkrede in uitvaartmis.