IN MEMORIAM ALBERTA BUYL

Jozef Van der Speeten

 

Op 30 december 2004 overleed in het rust- en verzorgingstehuis Sint-Anna te Haaltert Alberta Buyl in de gezegende leeftijd van 98 jaar.

Alberta Buyl, te Okegem beter gekend als “iffra Bertha”, werd te Denderhoutem geboren op 30 oktober 1906. Juffrouw Bertha werd op 23 september 1930 benoemd als onderwijzeres in de lagere meisjesschool te Okegem en werd er de vierde leerkracht. Meer dan 30 jaar gaf ze les aan de leerlingen van het 1e en 2e leerjaar die ze leerde lezen en schrijven en voorbereidde op de Eerste Communie.

Haar levensverhaal staat op haar gedachtenisprentje:

 

Alberta groeide samen met haar broer Remi en haar zussen Alice, Celeste en Estelle op in een landbouwersgezin in de Vondelen. Ze kregen er een diep-christelijke opvoeding. Niet te verwonderen dat Celeste haar roeping vond in het klooster van de H.H.-Harten te Ninove.

Alberta zelf mocht op pensionaat naar Gijzegem gaan om voor onderwijzeres te studeren. Als 19-jarige behaalde zij dit diploma. Ze was een intelligente, mooie jonge vrouw met een blij en wilskrachtig karakter. Ze besloot niet te huwen en verbleef bij haar ouders.

Dit gaf haar de vrijheid om volledig op te gaan in haar beroep.

Gedurende bijna haar gehele loopbaan was zij als onderwijzeres verbonden aan de Zustersschool van Okegem. Daarvoor fietste zij dagelijks tot haar 55ste jaar, van de Vondelen naar Okegem en terug. Hele generaties kinderen werden er door “Juffrouw Berta” gevormd.

Ze was zeer begaan met de familie van haar broer en zussen, vooral met haar neven en nichten. Zij verheugde zich werkelijk om hun geluk.

Voor wie van hen tegenslag of verdriet te dragen had, was zij zeer nabij met daadwerkelijke hulp en goede raad. Daar bij kwam nog de zorg voor haar bejaarde ouders. Haar moeder Delphine overleed in 1962 (89 jaar), haar vader Ernest in 1973 (99 jaar). Sindsdien bleef “tante Bertha”, zelf reeds gepensioneerd, in het ouderlijk huis alleen, waardoor zij geconfronteerd werd met de eenzaamheid. Gezelschap vond zij in haar kleine kudde schapen, vreugde in de familiale band. De kracht om steeds blij en opgewekt in het leven te staan vond zij in een rotsvast geloof in Ons Heer.

In 1989 verhuisde zij naar het rustoord Sint-Anna te Haaltert.

Hier heeft zij nog 15 gelukkige jaren gekend mede door de uitstekende verzorging die zij er genoot. Hier vond zij de diepgang en het ritme van haar pensionaatsjaren terug: haar ascetische levenswijze, de dagelijkse mis, ontspanning in de tuin, de op uur en tijd opgediende maaltijden, de conversaties met medebewoners en als afsluiting van elke dag haar rozenhoedje.

De laatste jaren kromp haar wereld nog meer door beginnende dementie. Haar wandelingen werden uiteindelijk nog omzichtige stapjes met de muurleuning als houvast. Haar vertrouwde plaats in de kamer bleef haar zetel bij het raam. De laatste maanden ontbrak haar de kracht om nog veel te spreken. Haar dankbaarheid om de komst van familieleden en bekenden drukte zij uit met haar ogen, maar nog het meest met haar beverige vingertoppen waarmee zij op zoek ging naar handen van wie haar dierbaar was. In zeldzame momenten kon zij met een paar woorden uitdrukken wat zij niet meer ten volle zeggen kon. Op 30 december jongstleden, omringd door Zuster Overste, E.H. Houtman en twee neven, waaronder het petekind Paul, voelde zij haar laatste uur naderen. Opnieuw zocht zij naar een hand als houvast. Tenslotte moest zij ook deze band loslaten, om in alle sereniteit haar ziel voorgoed terug te schenken aan haar Schepper.