JUDITH VAN DAMME IS 100 JAAR OUD

Jozef Van der Speeten

 

Twee jaar geleden op 9 januari 2003 mocht onze dorpsgemeenschap zich verheugen met de viering van de honderdjarige Clemens Van den Spiegel. Dit jaar is Judith Van Damme aan de beurt die op 18 september honderd kaarsjes mocht uitblazen. Ze wordt opgenomen in de galerij van de Okegemse eeuwelingen. De huidige honderdjarigen zijn bevoorrechte getuigen van de geschiedenis van de voorbije eeuw. Ze zaten vaak met open mond te kijken hoe de spectaculaire film van de vorige eeuw zich ontrolde. Twee wereldoorlogen, de opkomst van electriciteit, radio en televisie, de computer en het internet, een man op de maan. Het waren scharniermomenten in de twintigste eeuw.

We zijn een paar maal Judith gaan opzoeken in het Woon- en Zorgcentrum Sint-Rafaël te Liedekerke en ze vertelde met veel enthousiasme over haar leven. De benen willen niet zo goed meer mee maar haar geest en geheugen zijn nog prima.

Aan de hand van de vele herinneringen die ze ophaalde trachten we een kort levensverhaal samen te stellen.

 

Nathalia Augusta Judith Van Damme werd op 18 september 1905 geboren als vierde kind van het echtpaar Alexis Renilius Van Damme en Maria Ludovica Schoup. Vader Alexis ging op 19 september om negen uur reeds de aangifte doen van de geboorte van zijn dochter in het gemeentehuis waar de geboorteakte werd opgesteld door secretaris Victor Wauters. Hij verklaarde dat zijn dochter op 18 september om drie uur in de namiddag geboren was en dat ze de namen Nathalia Augusta Judith kreeg. Die verklaring werd gedaan in bijzijn van twee getuigen: veldwachter Eduard De Boitselier en Eduard Bourgeois, alias Waar Tobie, landbouwer. De tweede getuige woonde in de buurt van het gemeentehuis dat toen gevestigd was in de leegstaande klas van de gemeenteschool waar de secretaris zijn lokaal had.

De akte werd ondertekend door burgemeester Jan Van den Berghe, die ook ambtenaar van de Burgerlijke Stand was. De akte vermeldt dat Alexis op dat ogenblik vijftig jaar oud was en het beroep van handelaar uitoefende. Moeder Maria Ludovica Schoup was veertig jaar oud en haar beroep was huishoudster.

Het gezin Van Damme-Schoup vestigde zich eind 1903 in het huis op het Dorp, waar op dit ogenblik José Van Damme, weduwe Paul Van der Speeten, woont.

De drie oudste kinderen Georges Amandus (geboren 1899 † 1977), Gerard Francis Paulus (geboren 1901 † 1959) en Victorina Elvira Cornelia (geboren 1903 † 1997) zijn geboren in het molenhuis dat aan de Kattestraat stond. Nathalia Augusta Judith en Maria Clarissa Adolphina de jongste dochter (geboren 1908 † 2002) zijn in de woning op de Plaats geboren.

Judith werd op 20 september 1905 gedoopt door pastoor J. Cnockaert, die in juni 1905 aangesteld was als pastoor van Okegem. Hij was de opvolger van pastoor R. Bické die naar de parochie Kemzeke-Waas verhuisde. Als peter trad August Redant op en Nathalie Schoup nam de taak van meter op zich. Naar plaatselijke gewoonte gaven peter en meter hun naam mee aan de dopeling. De derde naam Judith was de naam die de ouders hun dochter gaven en werd de roepnaam. Judith is de naam van de bijbelse figuur die het opnam voor het Israëlitische volk. Ze redde haar stadsgenoten in Bethalië en Noord-Samaria uit de handen van de belegerende Assyriërs door met behulp van haar schoonheid en haar moed de aanvoerder van de vijanden, Kolofernes, te verleiden en vervolgens te doden1.

Judith Van Damme zal de naamgeving van bijbelse figuren verder doorvoeren bij haar kind, kleinkinderen en achterkleinkind. Het is opvallend dat pastoor Cnockaert slechts twee namen noteerde in het doopregister nl. Augusta Judith.

Vermeldenswaardig is ook dat de werken voor de vergroting van de kerk op 1 juli 1905 begonnen waren. In 1905 werden er te Okegem 48 kinderen geboren en gedoopt: 23 jongens en 25 meisjes.

In haar levensverhaal past, me dunkt, ook wat familiegeschiedenis. Vooreerst willen we het hebben over haar vader Alexis. Hij werd te Okegem geboren op 15 juli 1854 als zoon van Pieter Van Damme (geboren Opwijk 1805) en Catharina Van den Driessche (geboren Erembodegem 1815) die in 1837 te Erembodegem trouwden. Pieter Van Damme kocht in 1839 te Aalst een houten windmolen en liet die in 1840 overbrengen naar Okegem. Daar werd de molen heropgericht op het hoogste gedeelte van de gemeente op een perceel grond aan de Ninoofsestraat nu Kattestraat geheten2.

Hij was de eerste molenaar te Okegem en noemde zijn molen de “Phenixmolen”. Pieter, de stamvader van de Van Damme’s te Okegem, werd als molenaar een man van aanzien op de gemeente. Hij werd in 1846 verkozen als gemeenteraadslid, een functie die hij vervulde tot 1853. Hij werd ook verkozen als lid van het Bureau van Weldadigheid (nu O.C.M.W.) van 1848 tot 1863.

In het gezin van Pieter Van Damme-Van den Driessche werden negen kinderen geboren. De oudste twee kinderen Jan Francis en Lodewijk Francis zijn nog te Erembodegem geboren (geboren 1838 en 1840) en de zeven volgende kinderen zagen te Okegem het levenslicht. Maria Egidia Clara (geboren 1843), Jan Bernardus (geboren 1845), Felicitas Ludovika (geboren 1847), Victoria Barbara (geboren 1849), Delphina Constancia (geboren 1851), Alexis Renilius (geboren 1854) en Joanna (geboren 1857).

Het gezin werd in 1869 ernstig getroffen door het overlijden van drie van haar leden. Vader Pieter overleed na een kortstondige besmettelijke ziekte op 6 februari 1869. Zijn zoon Lodewijk Francis overleed op 7 februari 1869 (29 jaar oud) en Joannes Bernardus stierf op 7 maart 1869 (24 jaar oud). De overledenen staan samen vermeld op het doodsprentje dat hierbij afgedrukt is.

Moeder Van de Driessche stond in 1869 dus voor een ernstig probleem. Er stond niets anders op dan haar vijftienjarige zoon Alexis Renilius van de kostschool te halen om samen met haar en zijn zuster het molenwerk en het landbouwbedrijf voort te zetten.

Alexis is molenaar geweest tot begin 1902. Hij heeft echter, zeer tot zijn spijt, het molenwerk moeten stopzetten omdat hij allergisch werd voor het molenstof. Zijn schoonbroer Adolf Adriaan Bruylant (geboren Aspelare 1865) zette de taak van molenaar verder tot 1911. Hier moet even gezegd dat Alexis Van Damme de eerste maal in 1893 huwde met Clementina Josephina Bruylant (geboren Aspelare 1863). Hun eerste kindje Maria Victorine Francisca werd te Ninove geboren maar overleed reeds op 1 maart 1894 te Ninove in het Hof ter Schoor waar haar grootouders woonden. Een jaar later werd Alexis nogmaals zwaar getroffen door het overlijden van zijn vrouw te Okegem op 8 augustus 1895. Hij trouwde voor de tweede maal in 1898 met Maria Ludovica Schoup, handschoenuitgeefster (geboren Okegem 1865). Zij was de vierde dochter van Amandus en Felicitas Pollet. Haar zusters Maria Nathalie, Maria Clarisse en Maria Sofia waren handschoenmaaksters3.

We moeten nu nog even terug naar Alexis Van Damme, want hij nam actief deel aan het politieke leven te Okegem. Bij de verkiezing van 17 november 1895 (de eerste maal dat het algemeen meervoudig stemrecht in voege trad in de plaats van het cijnskiesrecht) werd hij verkozen als gemeenteraadslid op de lijst van de Katholieke Partij voor de duur van 8 jaar. De gemeenteraadsleden verkozen hem in 1900 tot schepen van de gemeente samen met Judo Van Holder. Bij de verkiezing van 18 oktober 1903 werd hij opnieuw verkozen op de lijst van de Katholieke Partij voor de duur van acht jaar (tot 1 januari 1912). Op 31 december 1907 diende hij zijn ontslag in als gemeenteraadslid en schepen. Hij werd benoemd tot gemeentesecretaris op 29 januari 1908 en volgde Victor Wauters op die overleden was4.

Keren we nu terug naar Judith de hoofdpersoon van dit verhaal. Als kind groeide ze op in een zeer sociaal gezin: vader was immers handelaar en in een handelshuis komt heel wat volk over de vloer. In 1908 werd hij verkozen als gemeentesecretaris, wat nog meer beweging van dorpsgenoten met zich meebracht.

Judith werd op vierjarige leeftijd naar de bewaarschool in de meisjesschool gestuurd waar haar zus Cornelie reeds in de lagere school de lessen volgde. We moeten even opmerken dat toen de leerplicht nog niet in voege was. Zuster Brigitte was de toenmalige leerkracht van de kleintjes. Op zes à zevenjarige leeftijd mocht ze overgaan naar het eerste leerjaar van de lagere school dat vanaf 1900 een gemengde klas was. In het fotoalbum Herinneringen aan Okegem II vinden we een prachtige foto van haar klas die toen gehouden werd door juffrouw Leonie Marchand (ze huwde in 1919 met Cyriel De Dier). De foto dateert van het schooljaar 1912-1913 en hierop staan of zitten 43 kinderen: 30 meisjes en 13 jongens. Het is opvallend hoe mooi de kinderen gekleed zijn. Judith is te vinden op de onderste rij, de tweede van links. Het is toevallig dat Raymond Van Isterdael (haar latere echtgenoot) ook op de foto staat. Hij bevindt zich op de bovenste rij, eerste van links.

Waarschijnlijk hebben ze het kleedje of het pakje aan dat ze droegen op de dag van hun eeerste communie. Paus Pius X had met zijn decreet van 8 augustus 1910 de leeftijd van de eerste communie van circa twaalf jaar vervroegd naar die van de “jaren van verstand” dit is omstreeks zeven jaar. De leerkracht van het eerste jaar had dus de taak om de kinderen voor te bereiden op de eerste biecht en communie.

Haar zus Cornelie staat op de klasfoto (hoogste klas) die genomen is in het schooljaar 1913-14 waarvan zuster Gertrude de titularis was5. Ze bevindt zich op de onderste rij, eerste van links. Die klas bevond zich in de nieuwbouw, die in 1910 uitgevoerd was.

In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en dat bracht heel wat verandering in de levenswijze van onze mensen. In het gezin van de Van Damme's was het een geloop van jewelste want vader Alexis was secretaris van het "Comiteit" dat moest zorgen dat de bevolking de nodige rantsoenen voedsel en andere nodige zaken kregen.

Judith volgde de lessen in de hogere klassen van de lagere school. Zeer tot haar spijt werd zuster Gertrude in 1915 naar Ninove teruggeroepen waar ze de taak van directrice van de lagere school toevertrouwd kreeg. Zuster Agnes nam haar plaats in als leerkracht van de lagere school.

Judith werd na het beëindigen van de lagere school te Okegem niet thuis gehouden zoals vele van haar klasgenoten om mee te helpen in het gezin. Ze kreeg de gelegenheid verder te studeren in de school van de zusters van de H.H. Harten van Ninove, waar haar oudere zus Cornelie reeds leerlinge was.

Judith deed in 1917 in de parochiekerk van Okegem haar Plechtige Communie samen met 25 communicanten, 10 jongens en 15 meisjes. Op 17 juni 1917 werd ze gevormd te Ninove. In het "Zusterhuis" doorliep ze eerst nog de vierde graad-klassen waar ze met de Franse taal vertrouwd werd. Die moest ze goed kennen want in het middelbaar onderwijs werden de lessen in het Frans gegeven. Ze volgde tot haar achttien jaar de lessen in het Zusterhuis en volgde nadien te Aalst een bijzondere (1 jaar) cursus "Snit en Naad" dat haar bekwaam maakte om in het gezin het nodige confectie en herstelwerk te doen.

Judith werd ook ingeschakeld in de handschoenfabricage, die in die jaren een geweldige opgang maakte te Okegem. Haar moeder was immers handschoenuitgeefster d.w.z. ze gaf de "gesneden" handschoenen uit aan huisvrouwen, die ze moesten stikken op een speciaal daartoe ontworpen machine. Judith heeft vele meisjes en moeders opgeleid in het naaien en stikken van handschoenen.

Parochiaal werd Judith opgenomen in de congregatie van O.L.Vrouw, waarvan haar tante Victorine prefecte was. Ze nam ook dikwijls deel aan de luisterrijke sacramentsprocessies die tweemaal per jaar gehouden werden.

Op 10 oktober 1926 mocht Judith voor de eerste maal gaan stemmen voor de gemeenteraadsverkiezing. Het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen en vrouwen in hun gemeente werd in 1921 toegekend vanaf de leeftijd van 21 jaar.

Vanaf eind de jaren twintig was Judith ook actief op cultureel gebied. Ze was een levenslustig meisje dat gezegend was met een acteertalent. Vanaf 1929 werden er tweemaal per jaar "gemengde" toneelstukken opgevoerd in de Katholieke zaal, waarin de gezusters Cornelie en Judith telkens een voorname rol vertolkten6.

Op 28 juli 1928 gaf vader Alexis zijn ontslag als gemeentesecretaris, een ambt dat hij twintig jaar getrouwvol had uitgeoefend. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Georges. Hij wou de pensioensleeftijd niet in ledigheid doorbrengen en diende bij het gemeentebestuur op 13 juli 1928 een aanvraag in voor de oprichting van een zagerij met houtbewerking. Nog vóór de machtiging van Bestendige Deputatie werd verleend overleed hij op 2 maart 1929. Toch werd de houthandel begonnen op 27 september 1929 die vooral in handen genomen werd door Georges en Cornelie. Als het nodig was sprong Judith ook bij en kon even goed de lintzaag en schaafmachine hanteren als de stikmachine voor de handschoenen.

Het dient hier even vermeld dat Petrus De Roose op 20 januari 1928 ook een aanvraag ingediend had voor het oprichten van een boomzagerij met "gaz pauvre 25 pk" aan zijn huis dat aan de Rattenberg nr. 60 stond. De houthandel Van Damme werd na de Tweede Wereldoorlog niet meer verder gezet.

Tot grote verbazing van de dorpsgemeenschap gaf Judith haar leven van "vrijgezellin" op. Op 42-jarige leeftijd kwam ze pas "Jan van pas" tegen. Ze trouwde op 14 januari 1948 met weduwnaar Raymond Van Isterdael die al twee kinderen had uit het eerste huwelijk met Regina Jacobs (geboren Okegem 1904 † Okegem 1945), een meisje Francine (geboren 1935) en een zoon Frans (geboren 1938). Op 18 april kregen ze samen een dochter die de namen Ester Georgine kreeg.

Ze woonden aan de Kattestraat nr. 14. Samen met haar man Raymond heeft Judith hier heerlijke jaren beleefd. In 1957 huwde Francine met Gilbert Droessaert en verliet het ouderlijk huis. Maar Judith had zich van haar beste kant getoond en had zorgvuldig het bruidskleed genaaid. Die activiteit zal ze nog meermaals vervullen voor haar dochter en kleindochters. Ook heel wat Okegemse meisjes vroegen haar om hun huwelijksjurk te naaien.

In 1962 verliet zoon Frans het ouderlijk huis bij het huwelijk met Lutgarde Van de Perre. Daarna kwam de tijd van de geboortes van de kleinkinderen, waarvoor ze heel genegenheid betoonde. Op 10 november 1960 overleed haar moeder Ludovica Schoup in de gezegende leeftijd van 95 jaar. Dit had ze grotendeels te danken aan de goede verzorging die ze gekregen had van Cornelie en Clarisse.

Ester was de laatste die het ouderlijk huis verliet, ze huwde in 1970 met Stefaan Mertens. Het echtpaar ging enige tijd later wonen in een huis dat ze bouwden kort bij de plek waar ooit de Phenixmolen stond.

Zo gingen de jaren rustig verder: de kinderen gingen het huis uit maar de kleinkinderen en achterkleinkinderen kwamen en gingen. Maar er kwamen ook donkere dagen in haar leven.

In mei 1996 overleed haar man Raymond in de hoge leeftijd van 92 jaar. Judith was ook een "negentiger" en stond er nu alleen voor. Maar ze was een sterke, optimistische vrouw en trok goed haar plan.

Judith had en heeft een fantastisch geheugen. Zij heeft ons talrijke malen informatie vertrekt over Okegem en zijn inwoners in de twintigste eeuw. Ook dank zij haar konden we op oude foto's heel wat mensen identificeren.

Vijf jaar na de dood van haar man overleed in 2001 haar stiefzoon Frans, die een vrouw, 4 kinderen en 10 kleinkinderen naliet. Dit was opnieuw een zware slag die ook zijn sporen naliet. Gelukkig was er nog iets mooi voor haar weggelegd: de familie kon het viergeslacht vieren nl. Judith, Ester, Sarah en Johanna bij de geboorte van haar zoveelste achterkleinkind. Sinds mei 2004 heeft Judith haar intrek genomen in Sint-Rafaël te Liedekerke. Zij heeft op haar kamer een zeer goede buurvrouw Malvine, die echt bezorgd is om haar en ook een beetje over haar waakt. Maar Judith is nog altijd de schalkse vrouw die graag lacht en grapjes maakt.

We wensen Judith van harte proficiat met haar honderdste verjaardag en wensen haar nog vele gelukkige jaren in Sint-Rafaël.


 

1  Dit verhaal wordt in de bijbel, het Oud Testament, in het boek Judith verteld in 14 hoofdstukken.

2  VAN DER SPEETEN J., Historiek van de windmolen te Okegem, in: Mededelingen Heemkring Okegem, 1978, nr. 2, p. 41-47.

3  VAN ISTERDAEL Herman, Families en personen te Okegem (12e eeuw – 1900 en Impegem (Liedekerke) (17e eeuw – 1804), Aalst, 2003, 2 delen.

4  VAN DER SPEETEN Jozef, Overzicht van de gemeenteraadsverkiezingen van 1792 tot 1970, Annalen Heemkring Okegem, 1976, p. 41-48.

5  VAN DER SPEETEN J., Herinneringen aan Okegem II, Annalen Heemkring Okegem 1978, p. 35.

6  VAN DER SPEETEN J., Toneelleven te Okegem, in: Mededelingen Heemkring Okegem, 7e jg., 1982, nr. 3 p. 132.