IN MEMORIAM E.H. EDMOND VAN DE PERRE

Jozef Van der Speeten

 

Op 30 oktober 1998 overleed te Belsele oud-Okegemnaar Edmond Van de Perre. Zijn hele priesterleven stond hij ten dienste van de jeugd die hem nauw aan het hart lag.

Alhoewel hij reeds meer dan vijftig jaar uit Okegem vertrokken was, kon hij zijn geboortedorp niet vergeten. Hij was van bij de stichting van de Heemkring erelid van de kring en schreef ons regelmatig woorden van lof en aanmoediging. Daarom vonden we het passend een korte levensschets van hem te publiceren. Het is een postume hulde aan een merkwaardig man en priester die een indrukwekkende staat van dienst had, vooral in het opvoedings- en vormingswerk in het Waasland.

B. Van Hyfte, een collega-priester van het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen, schreef ons het volgende relaas: Persoonlijk heb ik Edmond Van de Perre nog gedurende vier jaar gekend als collega in het Sint-Jozef Klein Seminarie van Sint-Niklaas (van 1953 tot 1957). Hij was een goede vriend van iedereen, men kon steeds een beroep doen op zijn hulp en zijn diensten. In een gemeenschap van meer dan twintig priesters zorgde hij regelmatig voor de vrolijke noot, wat niet belet dat ik denk dat hij een zeer gevoelig mens was. Bij de leerlingen beschikte hij over een natuurlijk gezag en hij werd dan ook ten zeerste gewaardeerd.

Edmond had ook vele jaren Anton Van Wilderode als collega. Van Wilderode was verschillende decennia aan het bisschoppelijk college van Sint-Niklaas verbonden.

Enkele dagen vóór hij afscheid nam van de school Berkenboom waar hij meer dan 30 jaar actief was (oktober 1994), gingen twee leerkrachten hem interviewen om te peilen naar zijn diepere achtergronden. Het interview verscheen in het oud-studentenblad van de school en het bestuur gaf ons toestemming om gedeelten hiervan te publiceren.

Berkenboom is een begrip op onderwijsgebied in het Waasland. Het gaat om een scholengemeenschap waar verschillende types van onderwijs gevolgd kunnen worden en onder de leiding staan van het genootschap van Sint-Vincentius à Paulo, een congregatie die gesticht werd in 1817. De Berkenboom-familie, die in 1998 haar 350-jarig bestaan vierde, omvat zes scholen: drie lagere scholen, een school voor buitengewoon lager onderwijs, een humaniora en een technische school. Samen tellen ze meer dan 2.400 leerlingen en meer dan 300 personeelsleden.

Men kan zich dus een idee vormen van de flexibiliteit die directeur Van de Perre moest aan de dag leggen om alles in goede banen te leiden. Zes scholen met elk hun eigen pedagogische, didactische en menselijke problemen die daarbij hun materiële en infrastructurele explosies kenden.

De kloostergemeenschap telt nu nog 32 zusters. Zij is gevestigd in Sint-Niklaas, Boom en Verrebroek. Het prille begin van deze school situeert zich in de eerste helft van de 17de eeuw, rond 1640-1650. Devote vrouwen of geestelijke dochters openden toen een private school, de Sint-Jozefschool, de Berkenboom genoemd. Zij was zowel bestemd voor meisjes van gegoede ouders als voor arme kinderen.

 

Edmond Mauritius Van de Perre werd op 8 augustus 1921 te Okegem geboren als zoon van landbouwer Hubertus en Maria Joanna Baeyens. 1921 en ook 1924 waren zeer vruchtbare jaren in Okegem want er werden toen 52 kinderen geboren. Dit was geen record want in 1932 zagen 57 kindjes het levenslicht.

Edmond was de jongste telg van het gezin. De andere familieleden waren Omer Van Laeren (zijn halfbroer), August, Irma en Margriet. Op driejarige leeftijd ging onze kleuter naar de bewaarschool in de meisjes- of zusterschool. Op zesjarige leeftijd ging hij over naar het eerste leerjaar van de lagere meisjesschool waar hij leerde lezen, schrijven en rekenen onder de kundige leiding van zuster Colette.

In het eerste leerjaar werden de kinderen ook voorbereid op hun eerste communie. Na het eerste leerjaar moesten de jongens naar de gemeenteschool (de meesterschool) overstappen waar op dat ogenblik twee onderwijzers onderricht en opvoeding gaven, namelijk meester De Neve en meester De Roeck. Zij moesten de jongens doorheen het lager onderwijs loodsen van het tweede tot en met het achtste leerjaar. In het fotoalbum Herinneringen aan Okegem II staat op pagina 30 een klasfoto van 1929 waarop Edmond naast meester De Roeck staat. De familie vond in zijn archief nog drie schriftjes uit die periode. Waarschijnlijk zat hij nog een jaar in de klas van meester De Neve. Tijdens het schooljaar 1932-1933 stond hij ingeboekt als leerling van het zesde leerjaar in het Sint-Aloysiuscollege van Ninove. In dit college verbleef hij vier jaar. Na het zesde leerjaar ging hij over naar de "Franse klas" waar de leerlingen extra voorbereid werden op de Latijnse humaniora, waarvoor hij dan ook koos. In die tijd konden de leerlingen alleen maar de zesde en vijfde (nu eerste en tweede) Latijnse in het bisschoppelijk college van Ninove volgen en moesten daarna in een ander college de humaniora afwerken. Edmond was toen reeds een flinke student want hij beëindigde de vijfde Latijnse als tweede van de klas. De palmares van het schooljaar 1935-1936 vermeldt ook nog dat hij de prijs van gedrag verdiend had evenals een grote onderscheiding voor godsdienst.

Op 2 april 1933 deed hij zijn Plechtige Communie in de kerk van Okegem: het was een indrukwekkende groep communicanten, namelijk 19 jongens en 28 meisjes.

De vierde Grieks-Latijnse (nu de derde) begon hij in het Sint-Catharinacollege van Geraardsbergen waar hij ook de volledige cyclus van de oude humaniora volgde. Hij was er intern, was ook lid van de Congregatie van 0.-L.-Vrouw en lid van de K.S.A.

Tijdens zijn retorica (schooljaar 1939-1940) deden zich twee belangrijke feiten voor die hem altijd bijgebleven zijn: op Kerstdag 1939 overleed zijn moeder en in mei 1940 brak de oorlog uit. We laten hem nu zelf aan het woord en vernemen hoe zijn leven verder verlopen is. Af en toe onderbreken we het verhaal om er wat meer details aan toe te voegen.

 

Interviewers (I.): Wij hebben in uw biografie gelezen dat u eigenlijk van de streken van Ninove bent en dat u in Geraardsbergen in het Sint-Catharinacollege school gelopen hebt. Achteraf bent u in het Waasland terecht gekomen. Hoe is dit allemaal verlopen?

 

Van de Perre (V.d.P.): Ik heb in het college van Ninove de eerste twee jaren van de Latijnse gevolgd. Dat hield daarmee op want in die tijd waren er in ons bisdom verschillende kleinere colleges (... ) Ik ben naar het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen gegaan. Daar heb ik van 1936 tot 1940 mijn humaniora vervolledigd. Ik ben eigenlijk van de oorlogsklasse. We zijn met onze humaniora op de tiende mei geëindigd. We zijn dan gaan vluchten toen alle jongens tussen 16 en 35 jaar door de Belgische regering werden opgeroepen om naar West-Vlaanderen te gaan om daar een reserveklasse aan te leggen. Dat was een echte exodus. Wij zijn vertrokken met enkele jongens van onze gemeente. We moesten ons aanmelden in Menen, maar na twee dagen waren we over de grens voor we het wisten. We zaten te midden van een stroom vluchtelingen. We zijn tot Zuid-Frankrijk geraakt. Daar zijn we dan opgevangen door het leger en ondergebracht in scholen. We zijn als één van de eersten teruggekomen, de 4de augustus 1940. Wanneer ik dan vernam dat de scholen terug geopend waren na de 18-daagse veldtocht, was ik zeer verwonderd. Ik dacht dat alle jongens in Zuid-Frankrijk waren (... ).

 

I. En dan de stap naar het seminarie?

V.d.P.: Het eerste contact met het seminarie was in groep, een 60 of 70 waarvan een drietal van mijn eigen retorica. We werden uitgenodigd op het Groot Seminarie. Wij luisterden naar een verwelkomende toespraak en daarna kregen we een opdracht: eerst een verhandeling over wat ons motiveerde om priester te worden en dan een Latijnse tekst om te vertalen. En terwijl het "examen" bezig was, ging iedereen persoonlijk bij de bisschop, Mgr. Coppieters, die daar met een corona1 zat. Ik kwam binnen, ik had de bisschop nog nooit persoonlijk gesproken, en "Okegem", zei hij, "je hebt enkele weken geleden een nieuwe pastoor gekregen". "Ja", zei ik, "maar ik heb dat niet meegemaakt, ik ben pas vier dagen thuis". Dan heeft de bisschop mij over Frankrijk laten vertellen en over de Odyssee met alle wisselvalligheden. Dat verhaal was heet van de naald".

 

I. Maar de eigenlijke opleiding tot priester begon wel niet in Gent?

V.d.P.: We zijn inderdaad niet in Gent gebleven, maar wel naar Sint-Niklaas gegaan voor de twee jaren filosofie aan het Klein Seminarie. Dat was het eerste contact met het Waasland, zij het in oorlogsomstandigheden.

 

I. Na de filosofie dan toch naar Gent.

V.d.P.: Ja, 4 jaar seminarie gedaan in echte oorlogstijd. Ik heb dan het ongeluk gehad dat tijdens het eerste jaar aan het Groot Seminarie mijn vader gestorven is (1943). Dat word je wel gewaar op hoofdmomenten zoals uw priesterwijding. Ik kan echter mijn broers en zusters niet genoeg danken voor de opvang, niet alleen de financiële opvang, maar ook de morele opvang. Ik ben dan priester gewijd in 1946.

Van de Perre deed zijn plechtige eremis te Okegem op 16 juni 1946 (red.).

 

I. U is dan toch naar Leuven gegaan voor klassieke filologie.

V.d.P.: Twee jaar, van 1946 tot 1948. In die tijd was het de gewoonte dat de meesten stopten na twee jaar. Dat werd voldoende geacht om les te geven in de hogere cyclus. (...).

 

I. En dan bent u na de kandidaturen terug naar Sint-Niklaas gekomen, een tweede kennismaking?

V.d.P.: Ja, opnieuw naar het Klein Seminarie. Er waren toen naast de filosofie zes klassen voor de humaniora, uiteraard alleen Latijn-Grieks. Ik werd daar benoemd in het derde jaar (de toenmalige vierde Latijnse), een klas met 37 leerlingen.

 

I. Waaruit bestond toen een leraarsopdracht?

V.d.P.: Ik kom uit een tijd dat er echte klasleraars waren. Niet alleen titularis, dat ook uiteraard, maar ook dat ge de meeste vakken moest geven: ik gaf Latijn, Grieks, en godsdienst, maar ook Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde en Engels. En nu zegt ge: Hoe hebt ge dat allemaal kunnen bolwerken? Dat vergde een grote inspanning. Want voor veel zaken, ik denk nu aan moderne talen, en ik beken dat eerlijk, waren wij niet voorbereid. We hebben daar hard moeten werken. Vergeet niet: 37 leerlingen in mijn jaar.

 

I. U bent 15 jaar in het college gebleven. Waarom bent u daar weggegaan? Was dat een beslissing vanuit het bisdom?

V.d.P.: Ik had wel eens laten horen in het bisdom langs een paar vrienden die ik daar heb, dat ik wel eens een ander werkterrein zou willen hebben en dat ik op mijn eigen zou willen wonen. (... ) In 1962 werd ik benoemd tot godsdienstleraar in de normaalschool van Zwijnaarde, een school van de Broeders van Liefde. Daar werden toekomstige broeders en broeders die hun eerste professie reeds hadden afgelegd, opgeleid. Ik heb daar twee trimesters lesgegeven. Ik was dan ook aalmoezenier, maar ik had daar eigenlijk niets anders te doen dan acht uur les geven en mijn dagelijkse mis voor de broeders. Op het bisdom hadden ze gemerkt dat ze zich mispakt hadden aan het feit dat een mens in de fleur van zijn leven, ik was toen 41 jaar, rentenierde. Datzelfde jaar hebben ze naar veel oplossingen gezocht.

 

I. En iedereen was verwonderd dat Van de Perre na 8 maand terug in Sint-Niklaas was?

V.d.P.: Dat was verwonderlijk want ik was daar in Zwijnaarde gelukkig, maar ik had daar te weinig werk. Maar de plaats van geestelijk directeur van Berkenboom was vrijgekomen plus daarbij een lesopdracht in de scholen van Berkenboom.

 

I. U hebt dan ongeveer 18 jaar les gegeven in Berkenboom.

V.d.P.: Ja, maar in 1980 ben ik ziek geworden. Ik heb het lesgeven moeten opgeven. Ik ben in Berkenboom gebleven als directeur van de zusters en ik ben voorzitter geworden van de inrichtende machten. In het lager onderwijs was ik dat vroeger al.

 

I. Voorzitter zijn van een inrichtende macht van een katholieke school brengt wellicht toch eigen accenten mee?

V.d.P.: De inrichtende macht moet het beleid uittekenen en ze is ook verantwoordelijk voor het opvoedingsproject, bij ons het opvoedingsproject van het katholiek onderwijs. Ervoor zorgen dat ge dan mensen aanneemt - een zeer delicaat iets - die dat willen onderschrijven.

 

I. U bent naast voorzitter van de inrichtende macht ook directeur van de kloostergemeenschap?

V.d.P.: Ik voeg er regelmatig bij, geestelijk directeur. Ge kunt dat vergelijken met een pastoor op een parochie maar natuurlijk in kleinere omstandigheden. Gij zijt dus verantwoordelijk voor de liturgie van die gemeenschap samen met de zusters. (... )

 

I. Niet alleen op school maar ook op verschillende parochies was u actief als zondagsonderpastoor.

V.d.P.: Oh, dat is één van de mooie momenten van mijn leven. Naast het werk in de scholen met jonge mensen en in de boeken, op de akker van de Heer bij de mens van de straat. Ge kunt u geen groter heterogeen publiek indenken dan het publiek in de kerk. Uw taal aanpassen aan de taal van het volk. Ik bent twaalf jaar zondagsonderpastoor geweest in Elversele, van 1950 tot 1962. Daarna vanaf 1975 in de Heilige Familieparochie van Hamme. Ik heb dat zeer graag gedaan. Maar in Hamme heb ik dat moeten opgeven in 1984 door mijn ziekte. Met spijt in het hart hoor.

 

In augustus 1994 verkreeg directeur Van de Perre eervol ontslag van bisschop Luysterman en kon hij op rust gaan. Op 16 oktober werd hij tijdens een sobere plechtigheid gevierd naar aanleiding van zijn afscheid van Berkenboom. Verschillende sprekers namen er het woord. We citeren er twee.

Jozef De Langhe, directeur van de secundaire scholen, benadrukte dat Van de Perre zijn stempel drukte op de scholengemeenschap Berkenboom als leerkracht, directeur en voorzitter van de inrichtende macht. Uit dit alles bleek "zijn zin voor humor, zijn belangstelling voor jonge mensen, zijn gevoel voor rechtvaardigheid, zijn inzet en zin voor bemoediging".

Zuster Overste van het klooster kenmerkte hem als volgt: "U hebt stipt en plichtbewust uw taak vervuld op uw geëigende manier. We hebben u 31 jaar ervaren met evangelische trekken: rechtlijnigheid, rechtvaardigheid, voorliefde voor bejaarden, zieken, kleine en zwakke mensen. We wensen u van harte alle goeds toe in Belsele."

Tijdens de vakantie van 1994 verliet Edmond Van de Perre zijn prachtig herenhuis in de Kalkstraat van Sint-Niklaas en ging zich vestigen in het "Bisschoppelijk kasteel" van Belsele, een prachtig domein van meer dan 2 ha groot. Het gebouw staat te midden van een groot park met oude bomen, heerlijk struikgewas, beschaduwde lanen, een slingerende vijver. Dit domein is sinds begin deze eeuw eigendom van het bisdom Gent. Bisschop Stillemans kocht het aan om een passend onderkomen te bieden voor zijn op rust gestelde priesters, een plek waar ze onbekommerd hun levensavond zouden kunnen doorbrengen. De bisschop deed een beroep op de congregatie van de Zusters van H.H. Engelen die tot op de dag van vandaag door hun dienstvaardige inzet hun patroonsnaam alle eer aandoen. De oude gebouwen werden omgebouwd tot een klooster waaraan ook een neogotische kapel werd toegevoegd.

Op zondag 4 augustus 1996 vierde priester Van de Perre zijn gouden priesterjubileum te Belsele. Na de eucharistieviering, die bijgewoond werd door een talrijke groep familieleden, vrienden en sympathisanten bood de jubilaris een receptie aan in het park van het "kasteel". Schepen van Cultuur Heynderickx sprak namens het stadsbestuur van Sint-Niklaas een dankwoord uit en gaf aan de jubilaris een prachtige ets. We lichten een paar zinnen uit zijn toespraak:

"De jubilaris die we vandaag vieren, is steeds een steunpilaar geweest voor de christelijke gemeenschap in onze stad. Gedurende de vijftig jaar van zijn priesterschap geldt hij als een lichtend voorbeeld voor zijn generatie en de generaties na hem. (...) Deze viering wil het stadsbestuur niet ongemerkt laten voorbijgaan. Daarom bied ik u, in naam van het stadsbestuur, deze jubileum-ets aan. Dit geschenk staat uiteraard niet in verhouding tot uw verdiensten voor onze Sint-Niklase samenleving, maar het drukt op een bescheiden wijze onze dankbaarheid en bewondering uit voor een groot man uit onze stad."

Edmond Van de Perre heeft slechts vier jaar kunnen genieten van de rust die hem te Belsele gegund werd. Hij overleed er op 30 oktober 1998. De uitvaartliturgie had plaats op 6 november in de parochiekerk Sint-Andreas en Sint-Ghislenus te Belsele. Ze werd bijgewoond door heel wat vrienden en kennissen. Priester Edmond Van de Perre werd begraven op het stedelijk kerkhof te Belsele.


 

1  Model van een sigaar.