IN MEMORIAM PRIESTER PETRUS MAURITS VAN DER SPEETEN

Jozef Van der Speeten

 

Op 6 oktober 1999 overleed te Ninove na een kortstondige ziekte onze dorpsgenoot en priester Maurits Van der Speeten. Voor de tweede keer in zeer korte tijd verliest Heemkring Okegem een zeer trouw erelid met een bijzondere interesse voor de werking van de vereniging. De uitvaartplechtigheid had plaats te Melsele op 12 oktober waarna hij volgens zijn laatste wilsbeschikking op het kerkhof van Okegem werd begraven.

Maurits Van der Speeten werd op 30 mei 1912 te Okegem geboren als oudste zoon van Joannes Severinus en van Maria Sidonie Van den Spiegel. Bij het doopsel kreeg hij twee namen toebedeeld namelijk Petrus en Maurits. Zijn peter was Petrus Van den Spiegel en zijn meter was Maria Theresia Wittenberg. Toen bestond nog de gewoonte dat de dooppeter zijn naam meegaf aan zijn doopkind en dat de meter ook haar doopkind met een naam bedacht. Zijn tweede naam werd zijn roepnaam, maar in de volksmond was hij gekend als "Maurits van Dhauzeleirs". Zijn overgrootvader Jozef Van der Speeten was gehuwd geweest met Maria Theresia Haeseleer. Hun nakomelingen werden in Okegem thuis gewezen met de toevoeging "van dhauzeleir" waarin de familienaam Haeseleer herkenbaar is.

Zijn ouders vestigden zich op een 50-tal meter van het ouderlijk huis namelijk in het hoekhuis van de Fonteinstraat en de Borreweg, rechtover het Sint-Antoniuskapelletje. Het huis van zijn grootvader, van beroep cichoreifabrikant (suikerijbranderij), zal voor Maurits als kind en op latere leeftijd steeds een tweede thuis blijven.

Maurits ging in de oorlogsjaren naar de bewaarschool van de zusters van de H. Harten te Okegem waar hij ook het eerste leerjaar van de basisschool volgde. Daarna ging hij over naar de gemeenteschool (de meesterschool) waar hij les kreeg van meester De Neve. In het foto-album Herinneringen aan Okegem II (annalen 1978) staat op pagina 20 een klasfoto van 1922 afgedrukt waarop Maurits al heel 'devotelijk' knielde. Was er toen al een 'roeping' aanwezig?

In het midden van jaren 20 verhuisde de familie naar Denderleeuw en Maurits werd naar de technische school (toen nog vakschool genoemd) gestuurd waar hij het getuigschrift van technieker behaalde. Hij werkte een paar jaar te Brussel en gedurende die tijd voelde hij stilaan de roeping tot het priesterschap in zich groeien. Hij deelde zijn besluit mee aan pastoor Cnockaert die hem verder met raad en daad zou bijstaan. Er was wel een probleem, Maurits had niet de nodige opleiding gekregen om priesterstudies aan te vatten. In voorbereiding daarop begon hij als late roeping humaniorastudies in het Don Bosco-college te Sint-Denijs-Westrem. Intussen vervulde hij zijn legerdienst bij de 'strijdwagens' te Sint-Denijs-Westrem. Hij studeerde verder aan het Don Boscocollege te Kortrijk en vervolledigde zijn humaniora aan het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen. In 1939 begon hij zijn 'wijsbegeerte' aan het Sint-Jozef Klein Seminarie te Sint-Niklaas. Tijdens die periode werd hij gemobiliseerd en maakte hij de achttiendaagse veldtocht mee als brancardier. Hij was er fier op dat hij oudstrijder 1940-1945 was. Na de overgave van het leger in mei 1940 kon hij terug naar het seminarie. Tijdens de oorlogsjaren bereidde hij zich voor op het priesterschap. Maurits was een doorzetter. Op 26 mei 1945 werd hij te Gent priester gewijd en op zondag 27 mei 1945 mocht hij in de kerk waar hij gedoopt werd zijn eremis opdragen.

Na een lange vakantie stuurde de bisschop Maurits op 24 augustus 1945 naar Dendermonde waar hij in het Heilig Maagdcollege de taak van subregent toevertrouwd kreeg. Hij moest zorgen dat er tucht heerste onder de leerlingen.

Op 31 maart 1951 begon Maurits aan zijn eerste pastorale taak: hij werd onderpastoor te Melsele benoemd. Daar maakte hij voor het eerst kennis met de Waaslandse mentaliteit. Na een verblijf van 14 jaar te Melsele achtte de bisschop Maurits bekwaam om als pastoor te dienen. Hij benoemde hem op 30 juni 1965 te Sint-Kornelis-Horebeke. De vijf jaren die hij daar doorbracht waren volgens zijn eigen zeggen de mooiste uit zijn priesterleven. Daar werd hij de echte 'pastor bonus', de goede herder die alles over heeft voor zijn parochianen. Op 17 september 1970 benoemde de bisschop hem tot pastoor te Kallo, het polderdorp aan de Schelde. Op deze parochie gaf Maurits opnieuw het beste van zichzelf. Tijdens het 'Heilig jaar' in 1975 organiseerde pastoor Van der Speeten op 25 mei 1975 op zijn parochie een "roepingendag" en stelde hij samen met zijn onderpastoor een brochure samen over de religieuzen van Kallo. Een parochiaal hoogtepunt was de viering van 800 jaar kerk- en parochiegemeenschap in juni 1979. De feestelijkheden kenden een groot succes: een feeststoet, een pontificale jubelmis uitgezonden op de radio, een tentoonstelling van de praalwagens van Rubens (herinnering aan de slag bij Kallo in 1638). Een gedenkboek werd samengesteld door de bevolking van Kallo met de medewerking van de Heemkundige Kring Het Land van Beveren. Pastoor Van der Speeten, die het bescherm- en feestcomité voorzat, verzorgde een bijdrage in dit boek onder de titel "Kallo in religieus gewaad".

Begin september 1984, Maurits, was toen reeds 72 jaar, bood hij de bisschop zijn ontslag aan als pastoor en vroeg hij om een rustiger taak te mogen uitvoeren. Hij werd benoemd als aalmoezenier van het rusthuis Briels te Melsele. Hij nam zijn intrek in het bejaardentehuis. Dit prachtig gerestaureerd kasteeltje was zijn laatste stek waar hij als priester instond voor het geestelijk welzijn van de bejaarden. Op 10 september 1999 vierde het rusthuis Briels zijn 50-jarig bestaan maar aalmoezenier Van der Speeten kon zeer tot zijn spijt de plechtige viering niet bijwonen omdat hij reeds opgenomen was in het ziekenhuis. In "Bombardon"1 verscheen een artikel van zijn hand waarin hij de geschiedenis van het bejaardentehuis behandelt.

Tijdens de periode van zijn aalmoezenierschap verscheen van zijn hand het "Gedenkboek der geestelijken van Melsele". Hierin geeft hij een opsomming van: alle mannelijke en vrouwelijke religieuzen die te Melsele geboren zijn, alle parochiepriesters en kerkbedienden die te Melsele actief waren, de godsdienstige en kerkelijke plechtigheden die het geloofsleven te Melsele hebben bezield. Het boek was gellustreerd met foto's en bidprentjes.

Maurits had een ijzersterk geheugen. Van bij het prille begin van onze vereniging was hij voor de Heemkring een bron van informatie en vurig ijveraar. Zijn familie, Okegem en zijn inwoners, ze lagen hem nauw aan het hart. De bijeenkomst van de familie Van der Speeten te Okegem in 1987 was voor hem een hoogdag waaraan hij de beste herinneringen bewaarde.

In hetzelfde Bombardon van november 1999 publiceerde Sidon De Coninck een overlijdensbericht dat pastoor Van der Speeten zeer fijnzinnig en goed typeerde. Hierna volgt de tekst.

 

 

Maurits Van der Speeten, aalmoezenier van Briels, overleden.

 

Net nu Briels dan toch zijn gouden jubilee gevierd heeft (10 september 1999), net nu priester Poppe zalig verklaard is, uitgerekend nu is aalmoezenier Van der Speeten gestorven.

In de kleine kapel van Briels is veel gebeden voor de zaligverklaring van priester Poppe en van nog veel geestelijken. Van der Speeten hield vast aan zijn priesteruurgebed waar voor het volk gods en voor de priesters menig gebed ten hemel werd gestuurd. Voor Briels had Van der Speeten een boontje extra. Hij heeft de geschiedenis van het kasteeltje en van de familie Briels op papier gezet. (...) Ook de pers nam slechts enkele stukken op uit het historisch overzicht en dan nog met fouten. Dat zei ons toen een verbolgen aalmoezenier. Zijn werk van enkele jaren kreeg niet de weerklank in de pers die het verdiende. Bombardon gaf hem die ruimte wel. We kunnen er niet omheen; aalmoezenier Van der Speeten heeft recht gedaan aan de stichter van Briels en zijn documenten over dat stukje Melseelse geschiedenis inzake bejaardenzorg zijn een dank waard. Maurits Van der Speeten was vroeger onderpastoor in Melsele en later pastoor in Kallo. In 1984 werd hij aalmoezenier in rustoord Briels. Hij bleef dus goed bekend in Melsele. Hij stond bekend als iemand die het hart op de tong had. Zelfs hooggeplaatsten kregen hun 'saus' als dat nodig was. De oude catechismus werd er destijds ingedrild met gestrengheid en juistheid. De bende jongens moesten in toom worden gehouden. Van der Speeten was geen gemakkelijke. Maar voor zichzelf was hij ook niet gemakkelijk. Niets was te hard of te zwaar. Hij was een echt werkpaard en zijn ijver was onbesproken. Zijn priesterschap zal hij in alle vurigheid beleefd hebben. Zijn aanpak was ouderwets en conservatief. Wat hij in zijn eigen tijdschrift naar voren bracht getuigt daarvan. In zijn laatste blaadje van september schrijft hij nog dat Leopold Neyrinckx dit 'aardse tranendal' verlaten heeft. Die stijl was hem eigen. het concilie was aan hem voorbij gegaan. Hij leefde in het verleden met zijn gedachtengoed en probeerde dit nog over te brengen bij de mensen van nu. In de kapel van rustoord Briels had hij zijn eigen gelovige aanhang die hem door dik en dun steunde. Zij zullen over hem getuigen als een man van principes, trouw en standvastig in het geloof. Het is allemaal waar.

Van der Speeten heeft nu op zijn beurt dit 'aardse tranendal' verlaten. Melsele verliest in hem een 'historische priesterfiguur'. Hij die zoveel over de historie van de Melseelse priesters en kloosterlingen geschreven heeft, verdwijnt nu mee in de geschiedenisboeken. In 1990 verscheen zijn boek 'gedenkboek der geestelijken van Melsele'. De man van de grote processies, de grote activiteiten en Mariavereringen heeft daar veel opzoekingswerk en tijd ingestoken. Hij reed het hele land door als het moest, op zoek naar bronnen. Soms liet hij zich ook voeren als het wat te ver was. Hij kreeg dat gedaan. Dat was zijn doorzettingskarakter. De foto uit Het Nieuwsblad van 9 september is wellicht de laatste die van hem genomen is. Niemand kon vermoeden dat hij enkele stonden later door een beroerte getroffen zou worden. Het vereeuwigt de man voor zijn geliefkoosd kasteeltje.

Voor aalmoezenier Van der Speeten is het spijtig dat hij de jubilee van Briels en de zaligverklaring van priester Poppe niet meer heeft mogen beleven. Een troost is het dat hij aan de andere kant van het leven zijn broeders al gevonden heeft.


 

1  VAN DER SPEETEN M., Vijftig jaar "Stichting Briels", 1949-1999, in: Bombardon. Tweemaandelijkse dorpsgazet van Melsele, 15e jg., nr. 90, september 1999, p. 3.

 


 

Doodsbrief en bidprentje van Petrus Maurits (click hier).