FRANS VAN DER PERRE - POLITIEK GEVANGENE

door Jozef Van der Speeten

 

Op 27 juli 1944 werd Frans Van der Perre verraderlijk door de Gestapo naar Ninove gelokt en daar aangehouden door de Feldgendarmen. Hij werd opgesloten in de gevangenissen van Oudenaarde en Gent. Op 30 augustus 1944 vertrok hij met het laatste transport naar Duitsland naar het concentratiekamp van Neuengamme waar hij op 27 februari 1945 overleed.

Frans Van der Perre, geboren te Meerbeke op 25 mei 1900, huwde op 1 mei 1926 met Victorine Van Isterdael. Het jonge paar vestigde zich in de ouderlijke woning van Victorine in de Kaaistraat nr. 8. Van beroep was hij landbouwer. Het bedrijf had begin de jaren veertig ongeveer 6 ha grond in gebruik.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorde hij tot de Weerstand. Hij was eerst lid van de verzetsgroep Witte-Brigade Fidelio en daarna van de Belgische Militaire Organisatie van de Weerstand. Hij hielp mee bij de verspreiding van de sluikpers, bezorgde neergestorte piloten van de geallieerde strijdmachten een schuilplaats tot ze via georganiseerde ontsnappingsroutes naar Engeland teruggeraakten. Hij zorgde er ook voor dat de wapens die nodig waren bij sabotagedaden op het gepaste ogenblik ter plaatse waren. Zijn afkeer van de Duitse overweldiger en zijn ijver in de verzetsorganisaties zijn hem noodlottig geworden.

Op 27 juli 1944, de bevrijding was toen niet meer zo ver af, werd Frans verklikt. In de gevangenis van Oudenaarde werd hij zwaar gefolterd. De Gestapo trachtte van hem de namen van medestanders te bekomen. Frans gaf echter geen enkele inlichting prijs. Op 8 augustus werd hij overgebracht naar de gevangenis van Gent, de "Nieuwe Wandeling". Op 30 augustus werd hij samen met alle gevangenen van Gent, waaronder ook 20 Ronsenaars, met vrachtwagens naar Antwerpen gevoerd. Daar werden ze in beestenwagens gedreven, 50 man per wagen. Men bracht er ook de gevangenen van Antwerpen, Breendonk, Sint-Gillis, Namen en Luik samen. Het instijgen duurde de hele nacht. Pas 's anderendaags tegen de avond vertrok de trein richting Duitsland. Niet minder dan 40 wagens maakten deel uit van dit konvooi, allen volgestouwd met Belgische politieke gevangenen. Het was het laatste transport dat uit België vertrok. Vóór zijn overbrenging naar Duitsland kon hij zijn vrouw nog een verfrommeld strookje papier toeschuiven waarop hij geschreven had: "Vrouw, houd moed, de wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel." Buiten op iedere wagon stonden twee SS-mannen met mitraillette in de hand. De meesten waren dronken en opgewonden want ze beseften dat hun heerschappij ver afgelopen was. In de wagens heerste een bedrukte stemming. Vier dagen en nachten brachten de gevangen in de wagens door met een schamel voedselrantsoen en bijna zonder drinken. Op 3 september 1944 kwam het konvooi aan te Neuengamme bij Hamburg.

In het concentratiekamp werden de gevangenen verplicht alles af te geven wat ze meevoerden, ook de kledij. Ze werden kaal geschoren en kregen een "zebra-kostuum", een soort pyjama met daarop een rode driehoek en een nummer. De rode driehoek was het kenteken voor politieke gevangene. Frans Van de Perre kreeg het nummer XI/101/45. De gevangenen kregen verder een paar vodden die als kousen moesten dienen, een paar houten blokken en een muts. Nadien werden ze naar het "Quarantaine-Blok" gebracht waar ze enkele dagen, soms weken, afgezonderd werden om "gedrild" te worden, dit wil zeggen murw gemaakt worden.

Het concentratiekamp van Neuengamme was een grote barakken-stad voor dwangarbeiders waar de gevangenen zelf het beheer moesten uitoefenen. De bewakers, SS-ers, waren er alleen om de gevangenen te bewaken en te pesten1.

De familie vernam pas in oktober 1945 dat Frans overleden was. Het Belgisch Commissariaat voor de Repatriëring meldde officieel zijn overlijden aan het gemeentebestuur van Okegem. Frans overleed te Neuengamme op 27 februari 1945 om 7 uur. De overlijdensakte vermeldt als doodsoorzaak "Herzmuskelschwächen" of zwakte van de hartspier. Op 23 oktober 1945 werd in de parochiekerk van Okegem een plechtige mis opgedragen tot zijn nagedachtenis. De leider van de Weerstandgroep hield er een treffende lijkrede.

Op 2 december 1947 besliste het schepencollege van Okegem om buurtweg nr. 4, tevoren Kaaistraat genoemd, voortaan Van der Perrekaai zou heten. Dit als nagedachtenis van de enige Okegemse politieke gevangene die omkwam in Duitsland.


 

1  Meer gegevens over het kampleven in Neuengamme kan men lezen in het boek van Gaston Vandekerkhove "20 Ronsenaars in de hel van Neuengamme".