HET WIELERLEVEN IN ONZE DENDERSTREEK NINOVE - OKEGEM - DENDERLEEUW

door Benediktus Van Varenbergh(+)

 

In de jaren vóór en na de eerste wereldoorlog kenden we in onze streek wielerfanaten en coureurs. Bij ons waren deze laatsten onder meer:

- Frans Van Volxem, bijgenaamd "de kamoelje", woonachtig nabij de spoorweg rechtover het toenmalig baanhuisje tussen Okegem en Ninove, waar er toen maar 2 huisjes stonden namelijk het baanhuisje en het cafeetje "De Kamoelje". In dit laatste werd Frans geboren. Hij was een goed streekrenner.

- Victor Standaert van Ninove, bijgenaamd "De Mètten", was ook een goed streekrenner die het op de piste tot beroepsrenner bracht en samen met zijn broer Alfons Standaert menige pistekoers en zesdagenkoers heeft gewonnen.

- Remi Van Damme van Ninove, bijgenaamd "Den Brusselaar", die redelijk goed reed in de straatkoersen, maar die zich daarbij zodanig bij een valpartij verminkt heeft in het aangezicht en andere lichaamsdelen dat hij aan het koersen heeft moeten vaarwel zeggen en daarna een fietswinkel heeft opgericht.

- Jozef Van Isterdael, bijgenaamd "de kik", van Huizegem-Denderleeuw. Vader Raymond was herkomstig van Okegem en was de broer van Alexis "Boontje". De "kik" was het idool van de Leeuwenaars. Daar werd hij op de handen gedragen en telde er veel aanhangers. Bij de straatkoersen in de omgeving waren al deze coureurs steeds van de partij om elkaar de loef af te steken. De fanatieke supporters van de coureurs van Ninove en Denderleeuw zijn menigmaal slaags geraakt. Dat het tussen de "wortelkrabbers" en de "schiptrekkers" nooit goed heeft gegaan was aan iedereen in de streek bekend. Deze van Ninove hadden er zelfs een liedje op gemaakt, om die van Denderleeuw te duvelen en het luidde als volgt:

" Een, twee, drij, kamoelje rijdt voorbij,

vier, vijf, zes, de metten geeft vitesse,

zeven, acht, den Brusselaar staat op wacht,

negen, tien, de "kik" is niet te zien."

De "kik" ofte Jef Van Isterdael heeft ook nog veel op de piste gereden zowel in binnen- en buitenland. Hij reed samen met zijn schoonbroer Julien Truytten, van Oostende, die later verhuisde naar Denderleeuw. Zij waren goede pisterijders en zouden het zeker veel verder gebracht hebben ware er niet het opvliegend karakter van de "kik". Deze kon van de sportbestuurders geen onrecht verdragen. Hij gedroeg zich dan op ongemanierde wijze en zelfs gooide hij eens zijn rijwiel naar de bestuurders. De gebroeders Standaert hebben het veel verder gebracht op de piste. Er werden bijna geen pistekoersen ingericht, in binnen- als buitenland, waar zij niet aan deelnamen. Bovendien wonnen ze ook verscheidene koersen.

In Okegem waren er ook wielrenners namelijk Dominique Vijverman bijgenaamd de "Koesjeleir" en Daniël De Saeger "Daaneken" die vóór de eerste wereldoorlog aan straatkoersen deelnamen. Dominique was de betere. Ik herinner mij nog, bij een straatkoers ingericht door mijn ouders, dat Dominique, komend van de hobbelige Rattenbergstraat pats tegen de gesloten rolbarreel terechtkwam. Zijn rijwiel was schroot en hijzelf is geruime tijd werkonbekwaam geweest. Ik wil ook nog doen opmerken dat Dominique van zijn vader Suske niet mocht deelnemen aan wielerkoersen en dat hij enige dagen op voorhand zijn fiets ging verstoppen bij zijn vriend Daniël, om dan onopgemerkt het huis te kunnen verlaten. Had hij van huis uit en van zijn supporters een beetje meer steun gekregen dan zou hij wellicht doorgebroken zijn. Daniël De Saeger reed ook in de koersen, maar heeft er nooit veel potten gebroken. Na deze twee voorlopers hebben er nadien nog verscheidene getracht in de wielerwereld binnen te geraken met o.a. Frans De Ryck, Raymond Van Isterdael, Frans Vernaillen (zoon Felix), Eduard De Boitselier en nog enkele anderen, maar ze zijn nooit hogerop kunnen doordringen.