FIETSVERENIGINGEN.

door Herman Van Isterdael

 

Fietsen gaf van bij de aanvang aanleiding tot de oprichting van verenigingen. Sommige ervan waren kunstmatig opgericht zoals in 1869 de Brusselse club. De eerste leden waren allen fietshandelaars die via de vereniging propaganda wilden maken voor het nieuwe voertuig. De stad Brussel vaardigde trouwens in 1869 als eerste een politiereglement uit voor fietsers. Het reglement werd aangepast in 18831. In Gent vaardigde men in 1891 een politiereglement uit2, in Geraardsbergen in 18963. Overigens werden fietsers gelijkgesteld met andere vervoermiddelen als paarden en rijtuigen. Ze mochten geen gebruik maken van voetpaden en dienden verlicht te zijn 's nachts en bij duisternis.

In 1883 stichtten 3 Brusselse fietsclubs tezamen met clubs uit Antwerpen, Leuven, Bergen en Verviers "La fédération vélocipédique belge". De verenigingen telden toen in totaal ca. 102 leden! De Gentse club nam niet deel aan de stichting. Ze werd eind november 1883 opgedoekt.

De verenigingen organiseerden uitstappen in groep. De fietsers werden voorafgegaan door een "hoornblazer" om de bevolking te waarschuwen voor de aankomende fietsers. De eerste uitstappen gebeurden in de stad zelf. Later kwamen de verkenningen door de provincie4.

In de beginjaren verwekte de fietser opschudding bij zijn doortocht. Fietsen op het platteland was niet van gevaar ontbloot. De plattelanders vielen regelmatig fietsers lastig. De verklaring hiervoor is moeilijk. Was het de fiets (vervloekte uitvinding) of de fietser die weerstand opwekten?

B. Bosmans citeert drie incidenten die de toenmalige kranten haalden. In 1891 kon in l'Angleur geen fietser voorbijrijden zonder aangevallen te worden door de inwoners. In Condroz deed een voerman een fietser opzettelijk vallen. De andere fietsers tuigden de man af, het bleek later de plaatselijke burgemeester te zijn.

In 1894 vielen in Aartselaar een 30-tal inwoners een groep fietsers aan. De fietsers kregen zelfs messteken.

Niet alleen de plattelandsbevolking maar ook de hogere geestelijkheid en de studenten droegen de fietsers geen goed hart toe. Belgische geestelijken kregen verbod om te fietsen. Een student die het waagde met de fiets naar de vergadering te komen werd uitgelachen als een "lauwaard"5.

Andere geluiden zijn te horen bij fietswedstrijden. Twee 100-km koersen doorkruisten het land in 1891. Overal werden de wielrijders opgewacht door een enthousiaste menigte6. De populariteit van de fiets was ontegensprekelijk stijgend. Beginnende fietsers konden leren fietsen in een "veloschool" aan een halve frank per uur. De eerste twee lessen werden gewijd aan het opspringen, de volgende aan het traagrijden en het afspringen. De laatste les ging over het smeren van de ketting, het oppompen van de banden en het oordeelkundig gebruik van de trompe of peer7. De fietsverenigingen schoten als paddestoelen uit de grond. De clubs richtten wedstrijden in binnen de vereniging maar ook tussen de clubs onderling. Onder de wielerclubs waren er vele die zich niet inlieten met snelheidswedstrijden. Ze gebruikten de fiets slechts als hulpmiddel bij andere activiteiten. Zo waren er de velofanfares en de velozangclubs. Andere verenigingen richtten feesten in waarop geoordeeld werd over het mooiste vaandel of vaantje, de mooiste fiets, de best uitgedoste deelnemer, de mooist uitgedoste club, de massaalst opgekomen vereniging8. In stoeten krijgen de fietsverenigingen een plaats bij de rijtuigen en de mannen te paard. Het meest succes hadden nochtans de snelheidswedstrijden. Er waren zowel wedstrijden in het traagst rijden als in het vlugst rijden. De succesrijkste renners maakten er een beroep van. In 1895 waren er 25 professionele rijders. In 1900 bedroeg hun aantal 379.


 

DE WIELERCLUB "DE WARKESVRIENDEN"

door Herman Van Isterdael

 

Willy De Boitselier mag terecht als dé sportfiguur van Okegem van de laatste dertig jaar bestempeld worden. Zo speelde en speelt hij ook thans nog een zeer belangrijke rol in verscheidene sportverenigingen.

Hij was actief in het bestuur van de Okegemse vinkenbond, hij stichtte tezamen met Mon Van Snick de kaatsclub "De warkesvrienden", club die later haar naam veranderde in "Okegem Toekomst", hij is stichtend lid en voorzitter van de Okegemse voetbalclub en ten slotte was hij voorzitter van de wielerclub "De Warkesvrienden".

Zelf was hij in zijn jeugdjaren renner. Hij nam deel aan wielerwedstrijden. In 1948 won hij te Pamel-Ledeberg een koers voor onderbeginnelingen. Victor Nuyts reed in dezelfde koers mee weet Willy nog te vertellen. Het bleef echter bij die ene erepalm.

Een gesprek met Willy De Boitselier over de wielerclub brengt bij hem terug de begeestering boven. Met tal van anekdotes brengt hij het verhaal van de wielerclub.

De wielerclub "De Warkesvrienden" onder de spreuk "Willen is kunnen" bestaat niet meer. De sportactiviteiten die deze vereniging gedurende een twintigtal jaar inrichtte waren van een zeer hoog gehalte.

De stichting van de wielerclub dateert van circa 1947-1948.

Het begon met 'Foefken' (=Omer De Cremer) die in zijn herberg aan de Kouterbaan een wielerclub oprichtte voor een renner van Pamel, aan de Kaai, een zekere Roland of Laurent. Uit reactie werd een wielerclub gesticht voor de Okegemse renner Edward De Boitselier. De naam werd niet ver gezocht, het werd de "Warkensvrienden".

Bij Willy De Boitselier staat in zijn garage nog een lijst, opgemaakt zoals de vroegere ledenlijsten van de broederschappen in de kerk. Centraal hangt een medaille die Warken won in 1952 in Weiden (Duitsland). Daaronder is dan de naam en de kenspreuk getekend en dan volgen de steunende leden. Van ieder lid van de vereniging werd een maandelijkse bijdrage van 10 frank verwacht, later werd dat 20 frank. De namen van deze steunende leden zijn nog aanwezig in de lijst: Aerts Frans, Anthoons Alfons, Appelmans Jozef, Asscherickx Jules, Asselman Albert, De Boitselier Alphonsine, De Boitselier Victor, De Boitselier Willy, De Roeck Leon, Foubert Willy, Geyst Alfons, Gies Henri, Helpers Albert, Lodens Aloïs, Neukermans Eugene, Segers Henri, Servranckx Albert, Van Eeckhout Guilliam, Van Eesbeek Alfons, Van Isterdael Karel, Van Lierde Gustaaf, Van Mulder Pierre, Van Snick Armand, Van Snick Gustaaf, Van Snick Justinus, Van den Brande Jozef, Van den Haute Henri, Vandenhauwe Maurits, Van De Velde Dominique, Van der Weëen Petrus, Verbeke Lucien, Verbeke Marcel, Vleeschouwer Albert, Vleeschouwer Richard.

Het toenmalig bestuur was: voorzitter Albert Heyman, secretaris Alfons Van den Brande en Kamiel De Saeger schatbewaarder. Volgens Willy was het supporterslokaal achtereenvolgens in de volgende herbergen:

- bij Cyriel De Vleeschouwer (café Astrid)

- bij Cyriel Van Eeckhout (Cyriel van Dikken Dauf)

- bij Victor De Boitselier (Kouterbaan)

- bij Edward De Boitselier (Dorp)

Later werd Willy De Boitselier voorzitter, Georges Couck secretaris en Felix Segers schatbewaarder. De wielerclub steunde eerst en vooral Edward De Boitselier. Later werden ook Victor Nuyts, Paul Baeyens en Luc Verpaelst nog gesteund. Veel steun konden ze volgens Willy aan de renners niet geven. Men betaalde herstellingskosten aan fietsen, soms gaf men een wiel, betaalde men banden of de vergunning bij de wielerbond. Aan geld geraken was steeds een hele opgave. Men had de maandelijkse steun van de leden, men richtte jaarlijks een bakschieting in en ook de handelaars werden aangesproken.

Warken had veel en bovendien hevige supporters. Vóór elke wedstrijd waaraan hij deelnam vertrokken vanuit Okegem twee open vrachtwagens vol volk. De eerste was van Wiesken Watripont (Wiesken vertrok later naar Amerika). Wiesken deed transport voor anderen maar 's zondags reed hij gratis. Warken moest steeds op de zetel naast de bestuurder plaatsnemen. Achteraan zaten de supporters op de open laadbak op stoelen. Dikwijls werd er gezongen bij de muziek van een accordeon. De sfeer was steeds bijzonder plezant. Eén anekdote is nog te vermelden. Wiesken reed op een zekere zondag naar gewoonte met een hele bende naar Oordegem waar Warken aan de wedstrijd zou deelnemen. Achteraan werd er zoals dikwijls gebeurde gezongen. Ter plaatse aangekomen misgreep Wiesken zich en zonder het te weten zette hij de laadbak in werking. Het volk op de laadbak begonnen luid te huilen en te roepen, waarop Wiesken tegen Edward zei: "Hoort ze nu eens zingen!", terwijl hij in feite iedereen afkapte.

Paul Huybaerts deed eveneens vervoer van supporters met zijn vrachtwagen.

Warken werd door zijn supporters op handen gedragen. Verscheidene konden dan ook geen kritiek verdragen en gingen meermaals op de vuist met supporters van andere renners. Zo was er de wedstrijd te Denderhoutem. Jan De Valck, kampioen van België, reed Warken in het volk: de supporters begonnen te vechten. Na het criterium te Aalst was er achteraf dikwijls herrie met de supporters van Fred De Bruyne.

In 1962 besloot het bestuur een geheel andere koers te varen. Warken was zijn rennerscarrière aan het afbouwen. In plaats van wegkoersen zou men voortaan veldritten (cyclo cross-wedstrijden) inrichten. De club mikte erg hoog en de beste renners werden aangetrokken. Dit kostte handen vol geld . Willy De Boitselier, onze zegspersoon, is nog fier op wat de vereniging toen presteerde. Hij geniet nog van die bewogen periode. In zijn archief steken nog alle mappen met de contracten en gegevens over de inrichting van de wedstrijden. Vooral de financiering stelde veel problemen. Alle handelaars werden aangesproken. Omdat Willy in zoveel verenigingen zat begon men hem op de duur te vragen voor welke vereniging hij nu weer op bedeltocht was. Willy hield tevens reclamebladen van andere inrichters bij om te zien waar hij eveneens steun kon gaan vragen. Over de manier om sponsorgeld te vergaren kan Willy sterke verhaaltjes vertellen. Soms viel de gegeven steun erg tegen zoals bij een bepaalde herbergier waar ze twee maal gingen aankloppen met twee man. Ze dronken beiden een pint aan 5 frank het stuk en de baas gaf hen 20 frank steun voor de koers. "Om dood te vallen", zegt Willy. Over het algemeen mochten men niet klagen. Alle Okegemse handelaars droegen bij voor het inrichten van de wedstrijden. De ene deed het met meer vreugde dan de andere. Willy bezit nog enkele lijsten met ontvangen steungelden van de Okegemnaars. Sylvain Van Isterdael werd hoofdsponsor en de wedstrijden werden naar hem genoemd. Door de wedstrijden kwam Okegem een eerste maal op televisie.

In 1967 had men een nieuwe primeur. Toen richtte men voor de eerste maal een ploegkoers veldrijden in. Een veldrijder werd gekoppeld aan een wegrenner. In totaal had men 16 à 17 ploegen. Het einde aan deze reeks cyclo-crossen kwam in 1969, het achtste jaar op rij. In 1969 verklaarde Willy met een droevig gezicht "hebben we lelijk ons broek gescheurd". Het regende namelijk pijpestelen.

 

 

De organisatie vroeg op de dag zelf minimum 22 helpers. Dat waren seingevers, controleurs op de omloop en verkopers van toegangskaarten. Volgende personen verklaarden zich in 1967 bereid om mee te werken. Van Eeckhout Cyriel, Binon Leopold, Anthoens Alfons, Segers Felix, Vleeschouwer Roland, Van Snick Jean, Goelens Roger, Cornelis Frans, De Boitselier Victor, Van Saene Jozef, Baeyens Victor, Hellinckx Frans, Van Snick Frans, Rombaut Willy, Lagrin Remi, Van Isterdael Luc, Janssens Albert, Gies Henri, Baeyens Marc, schoonzoon Leopold Binon, Van Mulder Pierre, Binon Willy, Van den Eynde Gilbert, Nuyts Armand.

De wedstrijd in 1969 met tegenvallende belangstelling en een financiële put werd het voorlopig eindpunt voor de wielerclub. In 1975 overleed Georges Couck, één van de grote bezielers van de vereniging. Toen werd een definitief punt gezet achter de wielerclub "Warkensvrienden".

Alle wieleractiviteit is in Okegem nochtans niet gestopt. Andere verenigingen namen het initiatief om wedstrijden in te richten. Gedurende de bloeiperiode van de wielerclub werden er trouwens nog wedstrijden ingericht door andere personen en verenigingen. Zo werden gedurende enkele jaren ter gelegenheid van kermis Leopoldstraat (1ste zondag van september) één of twee koersen ingericht door Albert Vleeschouwer en Alfons Anthoens. De aankomst was gewoonlijk aan de herberg van Albert Janssens. Deze wedstrijden trokken veel volk.

Na het verdwijnen van de wielerclub werden nog occasioneel wedstrijden ingericht door:

- het gemeentebestuur (op 21.06.1975)

- kaatsclub Amusanten

- voetbalclub FC Panters

- kaatsclub Toekomst

 


DE WIELERCLUB "RUST ROEST"

door Herman Van Isterdael

 

Deze vereniging werd opgericht in het begin van de zeventiger jaren. Uitstapjes per fiets waren toen erg populair. Verschillende Okegemse verenigingen hadden trouwens met veel succes éénmalige uitstappen per fiets georganiseerd.

In Okegem, vóór de fusie met Ninove in 1977, waren veel verenigingen politiek gekleurd. De plaatselijke politiek beheerste het dorp en alle initiatieven werden goed- of afgekeurd naargelang de al dan niet vermeende strekking van het bestuur. Verenigingen drijvend houden buiten alle politiek was praktisch onmogelijk. In Okegem waren er twee strekkingen, genoemd naar de politieke zwaargewichten, de "kant Gies" en de "kant Beeckman". Alhoewel de wielerclub zich richtte tot alle inwoners van Okegem had ze voornamelijk succes bij de "kant Beeckman" en werd dus ook als dusdanig bestempeld door de tegenpartij. De vereniging werd over de hekel gehaald bij de jaarlijkse karnavalstoet die de "kant Gies" toentertijd inrichtte. In een van de stoeten reed toen een wagen mee waarop Oscar De Witte (trouwens een zeer merkwaardig man en volkszanger) het volgend tafereel uitbeeldde. Oscar lag lui uitgestrekt in het groene gras terwijl tegenover hem een sterk verroeste fiets lag. Een bord vertelde dat Oscar rustte en de fiets roestte!

Het clublokaal was bij Beeckman Jozef op het Dorp. Voorzitter was Roger Van Laeren, secretaris Jozef van Saene en in het bestuur waren o.a. Karel Vernaillen, Freddy Van Eeckhout en Gilbert Van de Perre. Karel Vernaillen tezamen met Raymond Bliki stippelden de tochten uit.

We spraken met verscheidene deelnemers aan deze tochten. Allen hadden goede herinneringen aan de vereniging. Uitstappen naar Sint-Anna-Pede en Schepdaal werden nog vernoemd.

Volgens Roger Van Laeren is de vereniging gestopt na de volgende evolutie: eerst waren het volledige gezinnen die deelnamen aan de tochten, dan bleven alleen de mannen over en uiteindelijk begon men te koersen. Dat deed velen afhaken. Anderen vermelden dan weer dat het ongeval van Roger Van Laeren, hij brak zijn elleboog op één van de tochten, de vereniging in moeilijkheden bracht.

De vereniging heeft slechts twee à drie jaar bestaan. Nadien zijn toch nog enkele vriendengroepjes uitstappen per fiets blijven maken.


 

1 Bosmans, Bénoit, Het wielrennen als eerste 'sportindustrie' in België. Een kijk op de bouw en ideologie van de sport in de kapitalistische maatschappij (1869-1900), Onuitgegeven licentieverhandeling VUB, 1978, p. 38.

2 Bouqué, Etienne, Over het ontstaan van de wielersport in de 19de eeuw, met bijzondere aandacht voor de situatie in het Gentse, in: Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële cultuur, jaargang 3, deel 10, 1985, p. 20.

3 Rijksarchief Ronse, stadsarchief Geraardsbergen nr. 3311.

4 Bosmans, B., o.c., p. 33, 39-40.

5 Van Isacker, Karel, Mijn land in de kering, 1830-1980, 19803, deel 1, p. 212.

6 Bouqué, E., o.c., p. 21.

7 G.P.B. Eerste velo's in West-Vlaanderen, in: Biekorf, jaargang 52, 1951, p. 136.

8 Sport en sportinformatie in de Gentse pers (1884-1914) naar Karel Embrechts samengevat door Guido Deseyn, in: Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële cultuur, 3de jaargang, 1985, nr. 10, p. 10 en 17.

9 Bosman, B., o.c., p. 60.