Van Ockinghem naar Ninove 

De eerste vermelding van de naam Okegem geschreven als Ockinghem komt voor in een oorkonde van het jaar 1096. In de zevende eeuw, de ontstaansperiode van deze naam, zou men deze plek Ukinga haim genoemd hebben. Dit betekent: de woning van de lieden van Uko of Okko. Plaatsnamen die eindigen op -ingahem en -hem duiden Germaanse nederzettingen aan die tussen de zesde en de tiende eeuw als centra van landbouw en veeteelt ontstonden. Het is best mogelijk die nederzettingen reeds eerder bevolkt waren.

 

 

Okegem is niet de enige Germaanse plaatsnaam op het grondgebied van de gemeente. Eversem, de oudste vermelding dateert van 1196 onder de vorm Eversenghem, is een Eburtsinga haim. Dit is een woning van de lieden van Ebertso of Eburtso1.

 

Het dorp ligt in het dal van de Dender, op de linkeroever, aan een oversteekpunt van de Dender, aanvankelijk een doorwaadbare plaats, later een brug. De grenzen van het dorp Okegem bleven door de eeuwen heen zo goed als ongewijzigd.

Aanvankelijk lag Okegem in de oude pagus Brabant. Na de verovering van het gebied tussen de Schelde en Dender door de Vlaamse graaf Boudewijn V kreeg deze in 1050 het gebied in leen van de Duitse keizer. Het kreeg de naam Keizerlijk Vlaanderen of Rijks-Vlaanderen. Nadien kwam de naam het “Land van Aalst” in gebruik. De graven van Aalst hadden omvangrijke bezittingen waaronder een 20-tal dorpen in eigendom waaronder de heerlijkheid Okegem. Okegem werd een “sgraven propre“ dorp genoemd. Deze dorpen hadden een bijzonder rechtsstatuut. Na het overlijden van graaf Diederik van Aalst in 1166 kwam diens nalatenschap grotendeels in handen van de Vlaamse graaf en nadien van de landsvorsten.

 

In het grondgebied van de heerlijkheid Okegem lag nog een andere heerlijkheid als enclave: de heerlijkheid Idevoorde met eigen heren en bestuurders.

In de 17e eeuw verkocht de vorst van zijn eigen bezittingen uit geldnood. In 1638 nam Glaude de Boussu, toenmalige vrouw van Idevoorde de parochie Okegem in leenpand zodat beide heerlijkheden onder eenzelfde "heer of vrouw“ kwamen. Beide heerlijkheden werden in leen gehouden van de landsvorst via een instelling die men “het Leenhof Ten Steene” te Aalst noemde2.

Vanaf 1638 tot 1796 werkte er nog één schepenbank voor beide heerlijkheden. Deze schepenbank bestond uit zeven personen: een burgemeester en 6 schepenen. De schepenen betitelden zich voortaan als “schepenen van Okegem en Idevoorde”. De heer van Okegem benoemde de burgemeester en schepenen naar eigen goeddunken. De schepenen hadden specifieke bevoegdheden waaronder het recht van hoge -‚ middele - en lage justitie. Zij bezaten de volledige rechtsmacht over de inwoners van Okegem met inbegrip van de macht om iemand tot de doodstraf te veroordelen3.

In 1796, na de inlijving van de Oostenrijkse Nederlanden bij Frankrijk, trad een geheel nieuw bestuurssysteem in voege. Okegem werd nadien bestuurd met een gemeenteraad en een college van burgemeester en schepenen. Ze hadden minder bevoegdheden dan voorheen. De leden van de gemeenteraad werden verkozen door de inwoners van Okegem.

Sinds één januari 1977 is Okegem een deelgemeente van Ninove. Samen met Appelterre-Eichem, Aspelare, Denderwindeke, Lieferinge, Meerbeke, Nederhasselt, Neigem, Ninove, Outer, Pollare en Voorde vormt het één bestuurlijk geheel.

Op het ogenblik van de samenvoeging van deze gemeenten bekleedde Okegem in dit geheel de tiende plaats op twaalf qua oppervlakte (277 ha), de zesde qua bevolking (1.837 inwoners) en de tweede plaats qua bevolkingsdichtheid (663 inwoners/km²).

Okegem behoort tot het gerechtelijk arrondissement Dendermonde, gerechtelijk kanton Ninove.

 

De inwoners van Okegem leefden tot de 19e eeuw in hoofdzaak van de landbouw. Voor hun levensonderhoud bewerkten ze een perceel grond en een tuin voorzag in hun basisbehoeften aan voedsel. De hopteelt was hier bijzonder ingeburgerd. Het leverde de inwoners van Okegem de bijnaam “d’hoppewenners” op, vrij vertaald: de hoptelers of hopboeren.

Het karig inkomen van de inwoners van Okegem werd aangevuld met spinnen en thuisweven.

 

Er bestaan verscheidene manieren om de bevolkingsevolutie van Okegem te achterhalen. Op basis van de communicantencijfers (het aantal inwoners dat met Pasen ter communie ging) woonden er in parochie Okegem (inbegrepen de wijk Impegem)4: 

  

Periode Inwoners
1566-1575 308
1585-1595 083
1606-1615 238
1646-1655 400
1676-1685 307
1686-1695 287
1706-1715 308
1746-1755 513
1795 684

 

De terugval van het aantal inwoners in sommige periodes is vooral te wijten aan oorlogen die het land teisterden.

De parochie Okegem

 

De eerste vermelding van de parochie Okegem komt voor in een oorkonde van het jaar 1096. Het is de schenkingsakte van de inkomsten van de parochie Okegem en het recht om een pastoor te benoemen aan de Sint-Adriaansabdij te Geraardsbergen. Vanaf 1602 gingen deze rechten over op de Sint-Cornelius- en Cyprianusabdij van Ninove5. De parochie was groter dan de heerlijkheid. De inwoners van de wijk Impegem aan de overkant van de Dender vervulden hun godsdienstplichten te Okegem. De kerk van Okegem bleef hun parochiekerk tot 1802.

 

 


 

1 Een lijst van de Okegemse plaatsnamen met hun verklaring is gepubliceerd in: Mededelingen Okegem:

VAN ISTERDAEL Herman, Okegemse plaatsnamen: namen van wegen en waterlopen, jg. 24, 1999, p. 65-83.

VAN ISTERDAEL Herman, Okegemse plaatsnamen, deel II: namen van boerderijen, huizen en bouwwerken en van perceelsnamen genoemd naar de eigenaars, jg. 37, 2012, p. 81-96.

2 De lotgevallen van de opeenvolgende families die ooit de heerlijkheid Okegem of de heerlijkheid Idevoorde in bezit hadden kan je lezen in: Mededelingen Heemkring Okegem.

VAN ISTERDAEL Herman, De heren van (en in) de heerlijkheid Okegem, jg. 22, 1997, p. 1-35.

VAN ISTERDAEL Herman, De Heren en Vrouwen van de heerlijkheid Idevoorde, jg. 23, 1998, p. 1-38.

3 Hoe functioneerde de schepenbank van Okegem. Wie was ooit burgemeester en schepen en hoe verkreeg je dit ambt? Dit kan je lezen in Mededelingen Okegem:VAN ISTERDAEL Herman, Het bestuur van de heerlijkheid Okegem, jg. 31, 2006, p. 1-40.

4 De namen van de inwoners en de samenstelling van de gezinnen kan je lezen in: VAN ISTERDAEL Herman, Personen en families te Okegem.

5 De geschiedenis van de parochie kan je lezen in Mededelingen Okegem:

VAN ISTERDAEL Herman en VAN DER SPEETEN Jozef, Bijdrage tot de parochiegeschiedenis van Okegem, jg. 6, 1981, p. 82-150.

VAN DER SPEETEN Jozef, De parochiekerk van Okegem: een bouwgeschiedenis, jg. 10, 1985, p. 102-140.

VAN DER SPEETEN Jozef, Bijdrage tot de parochiegeschiedenis, jg. 12, 1987, p. 48-116.